Vuile aanval op Palestinabeweging opmaat voor PVV-kabinet

Foto van het protest op Waterlooplein in Amsterdam tegen het bezoek van genocidepleger Herzog aan het Holocaust Museum (foto: Hanneke Vollbehr)
Ondanks de genocide blijven politieke partijen achter Israël staan. Om de aandacht af te leiden van oorlogsmisdaden wordt antizionisme gelijkgesteld aan antisemitisme. Dat ook delen van links hierin meegaan, belooft weinig goeds voor het aanstaande PVV-kabinet.
29 maart 2024

Internationaal gezien neemt de steun voor terreurstaat Israël steeds verder af. Aan de vooravond van de inval van Rafah onthield zelfs de trouwe bondgenoot de Verenigde Staten zich in de VN-veiligheidsraad van stemming over een staakt-het-vuren. Op zichzelf betekent dit niet veel: in februari stemde de VS nog in met een wapenleveranties ter waarde van 14 miljard dollar. Maar het laat zien dat zelfs in het Westen de Israëlische oorlogsmisdaden steeds moeilijker te verkopen zijn.

Op hetzelfde moment dat Israël steeds geïsoleerder staat, nemen valse beschuldigingen van antisemitisme steeds verder toe. Een goed voorbeeld was het protest tegen het bezoek van de Israëlische oorlogshitser Yitzhak Herzog aan het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam. Zonder enig bewijs frameden politici het protest als antisemitisch en werden de Joodse organisatoren van het protest uitgewist. Over antisemitisme gesproken.

Lenny Kuhr

Een nieuw dieptepunt was de opgeklopte campagne over het protest tegen zangeres en Israël-fan Lenny Kuhr. Volgens christenzionist Gert-Jan Segers gingen Palestina-activisten hiermee ‘weer eens op Jodenjacht’. Een van links tot extreemrechts ondersteunde verklaring uit de Tweede Kamer noemde de protestactie antisemitisch en schaarde de actie onder ‘intimidatie’ in plaats van het demonstratierecht. Alleen DENK en het antisemitische FvD tekenden niet.

De brede omarming van deze verklaring is een gotspe. De meerderheid van de Tweede Kamer heeft geen principieel bezwaar tegen antisemitisme, getuige de verkiezing van PVV’er Martin Bosma als Kamervoorzitter. Bosma is een aanhanger van de antisemitische omvolkingsmythe. Ook laat hij zich duidelijk inspireren door de anti-Joodse hetzes die zijn Hongaarse geestverwant Viktor Orbán voert tegen de Joodse zakenman George Soros.

Net zo lachwekkend is de aantijging van intimidatie. Rechtse politici liggen er geen moment van wakker zodra politieke tegenstanders worden bedreigd – zelfs als het om intimidatie van collega-politici gaat. Caroline van der Plas weigerde bijvoorbeeld afstand te nemen van de dreigementen van de fascistische Farmers Defence Force aan het adres van Piet Adema (CU) en Harm Holman (NSC).

De activisten die de show van Kuhr verstoorden, spraken haar aan op haar trouwe steun aan Israël. Zo sprak ze in oktober 2023 tijdens een pro-genocidemanifestatie op de Dam en vergelijkt ze de Palestinabeweging met de nazi’s: ‘Negentig jaar geleden liepen massa’s achter de vlag aan van “Heil Hitler”, de nazivlag. Vandaag is het de Palestijnse vlag met de leuze “From the river to the sea”.’

Het is dus begrijpelijk dat activisten haar show verstoorden, maar het is de vraag of het tactisch was. De internationale BDS-beweging richt zich met haar campagnes niet op individuen, maar uitsluitend op optredens die door de apartheidsstaat Israël gesteund worden. Op die manier maken activisten zichtbaar hoe Israël doelbewust cultuur inzet om haar bloedige imago op te poetsen. Aan individuen met sympathie voor Israël is in Nederland geen gebrek.

Extreemrechts zet de toon

De brede parlementaire steun voor deze aanval op de Palestinabeweging toont de verrechtsing van het publieke debat. Het is dan ook geen verrassing dat na het tegengesputter van Pieter Omtzigt er gewoon een extreemrechts kabinet lijkt te komen. PVV, NSC, BBB en VVD gaan nu samen aan de slag om een regeerakkoord te schrijven en een ministersploeg samen te stellen – alleen de lijsttrekkers zelf zullen hierin geen zitting nemen.

Geert Wilders doet alsof het een grote concessie is nu hij geen premier wordt, maar het komt hem niet slecht uit. De PVV bepaalt straks nog steeds het beleid, terwijl Wilders kan doen alsof hij er buiten staat. Wilders tweette: ‘ik zal nog premier van Nederland worden. Met steun van nog meer Nederlanders. Is het niet morgen dan overmorgen.’ Sinds de verkiezingen steeg zijn partij in de peilingen al naar 49 zetels, grotendeels op basis van de achterban van de VVD en NSC.

Terwijl partijen als de PvdA en GroenLinks zich altijd ‘regeerbaar’ opstelden door steeds meer neoliberaal beleid te omarmen, probeert extreemrechts de machtsverhoudingen nog verder in fascistische richting te verleggen. Zo probeert Wilders zich te profileren als tegenstander van bezuinigingen en maakt het neofascistische FvD zich klaar voor een harde oppositie. ‘De PVV gaat gewoon VVD-beleid uitvoeren. Dat wordt helemaal geen rechts kabinet’, stelde Marcel de Graaff al op het FvD-partijcongres.

Opdracht voor links

De steun van parlementair links aan de campagne tegen de Palestinabeweging staat symbool voor zijn gebrek aan ruggengraat en strategisch benul. Linkse partijen geven extreemrechts steeds meer ruimte en weigeren in actie te komen. Waar partijen zoals de SP, GroenLinks en de PvdA vroeger nog wel eens opriepen tot protesten of hier zichtbaar bij aanwezig waren, zijn zij nu nergens te bekennen. Dit is een dramatische uitgangspositie voor het moment dat het extreemrechtse kabinet de aanval opent op bijvoorbeeld de positie van werkenden, vluchtelingen of de NPO.

De protesten tegen extreemrechts in maart waren relatief klein en gefragmenteerd. Zo deden er aan de demonstratie ‘Geef Haat Geen Macht’ van het Platform Stop Racisme & Fascisme tegenover het Torentje maar een paar honderd mensen mee. Maar dit gebrek aan animo is niet in lood gegoten en kan snel veranderen onder druk van politieke ontwikkelingen. Hiervoor is het wel belangrijk dat uiteenlopende sociale bewegingen erkennen dat de repressie van de Palestinabeweging ook hen raakt en dat ze in extreemrechts een gedeelde vijand hebben.

Jij wilt ons nieuws.





    Je emailadres is vereist.