Redelijk en radicaal gaan niet samen

Hannah Prins in haar werktenue
Vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 verscheen het boek Je bent jong en je wilt wat toekomst, geschreven door klimaatactivisten Hannah Prins en Jantijn Anema. Het gevolg is een essayachtig verhaal met meer dan vierhonderd voetnoten, ingeklemd door een mailwisseling tussen de twee auteurs over hun ervaringen bij Extinction Rebellion. De wetenschap is helder. Zijn de aangedragen analyses en oplossingen dat ook?
15 februari 2024

Prins is een van de boegbeelden van Extinction Rebellion Nederland. Ze heeft veelvuldig in de media opgeroepen tot de A12-blokkades en was tijdens de afgelopen verkiezingen onderdeel van de mediacampagne van Frans Timmermans. Anema is tot dusver onbekend, maar werkt voor de klimaatdenktank Urgenda. Zoals de titel doet vermoeden zijn de auteurs jong, namelijk midden twintig. 

Links of rechts 

Het voorwoord door Jort Kelder doet vermoeden dat Prins en Anema zich tot doel hebben gesteld om met hun boek een deel van rechts te overtuigen om in actie te komen. Dit wordt nergens expliciet gemaakt, maar is in het hele boek voelbaar door uitspraken als ‘een vrije markt binnen planetaire grenzen’, verwijzingen naar studentikoze kroegavonden en dronkenschap, citaten van JOVD-prominenten en de ondertitel – ‘een redelijk radicaal verhaal’. 

Het boek is als geheel een goed verpakte versie van een vaker terugkerend dogma onder een deel van de klimaatbeweging: klimaatstrijd is niet links of rechts, klimaatstrijd is zelfs apolitiek. Het is waar dat klimaatontwrichting iedereen vroeg of laat zal treffen, of je nou links of rechts bent, straatarm of steenrijk. Toch is klimaatverandering bij uitstek een politiek thema met in haar diepste essentie de vraag: wie is de baas over de leefomgeving? De bezittende klasse of de mensheid in haar geheel die afhankelijk is van schone lucht en een stabiel klimaat voor haar voortbestaan? Enkel de linkse politieke traditie legt de controle bij de mensen zelf.

Passend bij deze misvatting komen de twee tot de conclusie dat niet het kapitalisme op zichzelf de drijfveer is voor klimaatontwrichting maar slechts de huidige vorm van het kapitalisme – deze vorm noemen ze het ‘hyperkapitalisme’. Uit het hoofdstuk dat volgt blijkt dat deze gestudeerde mensen meerdere geschiedenislessen hebben gemist. Al in de negentiende eeuw schreef Karl Marx in Das Kapital over de inherente eigenschap van het kapitalisme om kapitaal te accumuleren en dus koste wat het kost te groeien. Het kapitalisme is geen ideologie, maar een economische structuur die een lange historische ontwikkeling kent en waarin fossiele brandstoffen een centrale rol spelen. Klimaatontwrichting en de totale verwoesting van alles dat leeft zijn dan ook geen uitwassen van het kapitalisme maar het logische gevolg hiervan.

Aan het daadwerkelijk doorgronden van de economie wagen de auteurs zich niet. Volgens hen is dit ook niet noodzakelijk, zoals blijkt uit het volgende citaat: ‘Laten we daar [het type economie dat we nastreven, NC] bruisende debatavonden over organiseren voor mensen met een Museumjaarkaart. Het is interessant, maar onbelangrijk.’ Hoe graag de auteurs het ook willen, hun verlangen naar redelijkheid – namelijk het systeem hoeft niet omver – valt niet te rijmen met de door robuuste wetenschap onderbouwde noodzaak voor een zo snel mogelijke stop op de verbranding van fossiele brandstoffen.

Aangedragen oplossingen

Het afsluitende hoofdstuk richt zich op wat het individu moet doen om die oplossingen af te dwingen, of in de zachtere woorden van Anema en Prins: ‘vijf aanbevelingen voor een betekenisvolle bijdrage’. Deze aanbevelingen zijn kort samen te vatten als kom naar demonstraties en blokkades, stem groen en leef duurzaam zonder hier al te dogmatisch in te zijn. De auteurs gebruiken historische lessen om het belang van demonstreren en burgerlijke ongehoorzaamheid te onderstrepen, maar een perspectief voor hoe de klimaatbeweging dat zou moeten doen ontbreekt. 

Een minder gehoorde aanbeveling is de vierde, namelijk: ‘Maak carrière’. Hier pleiten Prins en Anema ervoor dat iedereen die het zich kan permitteren moet kiezen voor een groen carrièrepad om zo tijdens de gewerkte uren verandering te bewerkstelligen of op zijn minst iets te doen wat niet vervuilend is. Terecht stelt het boek dat een groot deel van een mensenleven opgaat aan arbeid: de auteurs gaan uit van een gemiddelde van 80.000 uur aan betaalde arbeid per mens.

In plaats van dit te verafschuwen en te pleiten voor niet alleen een controle over de eigen leefomgeving maar ook over de eigen arbeid zeggen de twee: we kunnen de planetaire crisis niet bedwingen in deeltijd, maak impact in de uren die je toch moet werken. Dit getuigt van een beperkte fantasie over hoe mooi onze wereld er uit zou kunnen zien als we volledige zeggenschap hebben over ons werk. 

De impasse van de klimaatbeweging 

Dit boek zal niet veel kwaad doen. Mensen die ongeïnformeerd zijn over de ernst en gevolgen van klimaatontwrichting kunnen van het eerste deel van het boek het een en ander opsteken. Een enkeling zal overtuigd raken van het meedoen aan de acties van Extinction Rebellion.

Het is goed dat Anema en Prins het Nederlandse klimaatbeleid bevragen en een dikke onvoldoende geven; dat staat in scherp contrast met de heersende politiek die de schouders ophaalt bij het overschrijden van de grens van 1,5 graad opwarming. Het is fijn dat ongelijkheid wordt afgekeurd en inspirerend dat de twee niet bang zijn om de straat op te gaan en de wet te overtreden. 

Toch biedt het boek geen enkel perspectief op een wereldreddende omslag. De internationale klimaatbeweging bevindt zich al enige tijd in een impasse waarin jarenlange en gigantische mobilisaties hebben gezorgd voor een breed gedragen erkenning van het probleem van klimaatontwrichting, maar verandering niet dichterbij lijkt te komen.

Dit boek zal deze impasse niet doorbreken. De oproep om in actie te komen en hoe dat te doen is te diffuus en de eisen zijn zowel te beleidsmatig als te weinig gericht op het krijgen van controle over de economie. Enkel een klimaatbeweging die strijdt voor een totale controle over de economie en leefomgeving zal in staat zijn om het tij te keren.

Hannah Prins en Jantijn Anema, Je bent jong en je wilt wat toekomst / Uitgeverij de Geus / 206 pagina’s / 18,50