Opstand in Tunesië en Algerije verspreidt zich: ‘We zijn niet bang meer!’

Tunesië is het toneel van een zich snel ontwikkelende opstand, en ook in het aangrenzend Algerije is het steeds onrustiger. Het verzet richt tegen de wijdverspreide armoede en de hopeloze uitzichten voor vele jonge Noord-Afrikanen. De uitbarsting van volkswoede stuurt schokgolven door heel Noord-Afrika. Opnieuw komen mensen schijnbaar uit het niets massaal in opstand tegen een sterk repressief regime.
12 januari 2011

Foto: (boven) demonstrant in het Tunesische Regueb nabij Sidi Bouzid (10 januari) / (onder) demonstratie in Tunis voor de vrijlating van gevangenen (8 januari), confrontatie tussen betogers en mobiele eenheid in het Belcour district van Algiers (7 januari) en solidariteitsactie in Marseille (9 januari)

Door Sjerp van Wouden

Tunesië gold tot nu toe als een tamelijk rustig land. Slechts weinigen hadden deze opstand aan zien komen. Algerije heeft een langere en recentere traditie van verzet. Algerije is een land dat dankzij de olieopbrengsten het BNP heeft zien verdriedubbelen in de afgelopen tien jaar. Dit heeft slechts betekent dat het gat tussen arm en rijk enorm gegroeid is. De crisis heeft in deze landen prijsstijgingen van basale levensbehoeften veroorzaakt van 20 procent voor bloem, tot 80 procent voor suiker.

In Tunesië is een kliek rondom president Ben Ali reeds 23 jaar aan de macht, nadat deze de eerdere dictator had afgezet in 1987. In Algerije hebben de huidige machthebbers de troon bestegen na een opstand in 1988.

Beide landen hebben een zeer jonge bevolking: in Tunesië is 75 procent onder de 30 jaar. Velen hebben een hogere opleiding genoten. De werkloosheid is hoog in Tunesië: richting de 25 tot 30 procent (de officiële cijfers houden het op 14 procent). Vele hoogopgeleide jongeren zien eenmaal op de banenmarkt hun dromen in rook opgaan. De keuze is veelal: armoede in Noord-Afrika, of migreren naar Europa.

Zelfmoord

Aanleiding voor de uitbraak van protesten in Tunesië, is de zelfmoord van de 26-jarige Mohamed Bouazizi. Hij had een hogere opleiding afgerond, maar kon geen baan vinden. Om toch brood op de plank te hebben, ging hij fruit verkopen. De politie confisqueerde zijn karretje, sloeg hem, en spuugde op hem. Uit protest stak Bouazizi zichzelf in brand. Die wanhoop is herkenbaar voor veel Tunesiërs. Een ander, Hoessein Felhi, klom in een elektriciteitspaal, schreeuwde ‘Nee tegen de ellende, nee tegen werkeloosheid!’ en elektrocuteerde zichzelf.

Reeds maanden was het onrustig in Tunesië. Geïsoleerde opstootjes vonden plaats door het hele land. Maar na aanleiding van de zelfmoorden ging men massaal de straat op: eerst in het verarmde binnenland (waar geen toeristen komen), vervolgens in de rest van het land. De media negeerden aanvankelijk de protesten, ook toen een 18-jarige demonstrant werd doodgeschoten. Eerder in 2008 wist de staat een oproer te onderdrukken. De volkswoede is dit keer echter niet te temmen.

De demonstraties worden snel politieker. Ben Ali reageerde op TV door te proberen de angel uit het conflict te halen door honderdduizenden nieuwe banen en miljarden aan investeringen te beloven. De bevolking geloofde hem niet, aangezien hij al 23 jaar neoliberaal IMF-beleid heeft uitgevoerd. Wat niet lukte met beloftes probeert het regime met repressie. Inmiddels vonden zeker 35 mensen de dood. Het zware traangas dat op demonstranten wordt afgeschoten is volgens de verpakking bedoeld voor ‘gebruik bij dieren en tijdens oorlog.’

Opgelegde stilte

De Tunesische blogger Baghamam schrijft: ‘Het Tunesische volk heeft eindelijk begrepen dat de regering en hun maffiagroepjes niet zullen ophouden hen uit te buiten, te vernederen en te onderdrukken, om hun belangen te verdedigen. Het lijkt erop dat het Tunesische volk eindelijk doorheeft dat ze de opgelegde stilte en angst moeten doorbreken.’ Inmiddels hebben ook belangrijke vakbonden het protest onderschreven. Tekenend was een tekst op een bord tijdens een staking van advocaten: ‘President, we zijn niet bang meer!’

De opstand in Tunesië breidt zich nog steeds uit. In Algerije is er ook een bredere traditie van verzet waarop voortgebouwd kon worden. Peter Hughes schreef in Foreign Policy dat Algerije reeds tien jaar in algemene staat van oproer is, met iedere twee weken een rel. De protesten daar – tegen hoge voedselprijzen, de autocratie, werkeloosheid – zijn nog in een prillere fase dan in Tunesië, maar groeien ook uit.

Algerijnse politieagenten hebben een loonsverhoging van 50 procent gekregen, een duidelijk teken dat ook dit regime massale protesten verwacht. Inmiddels hebben de regeringen van landen als Koeweit en Jordanië stappen ondernomen tegen Al-Jazeera, in de hoop dat de geest van verzet niet overslaat via de TV. In Egypte, waar een sterke arbeidersbeweging is, was reeds protest rondom de frauduleuze ‘herverkiezing’ van dictator Moebarak.

War on terror

Baghamam bekritiseert op zijn blog dat Westerse regeringen overliepen van solidariteit voor de opstand in Iran, maar nu weinig te zeggen hebben over de opstand in Tunesië. Dat terwijl Tunesië volgens internationale waarnemers één van de minst vrije landen is ter wereld. Uit recente WikiLeaks onthullingen blijkt tegelijk dat Tunesië een belangrijke bondgenoot is van het Westen, specifiek de VS. Het regime participeert in de war on terror en blijkt bijvoorbeeld mee te hebben gemarteld op luchtmachtbasis Bagram in Afghanistan.

De onthullingen zorgden er op hun beurt voor dat Tunesië WikiLeaks trachtte aan te vallen. Het beperken van vrijheden op het internet is een voorname wijze waarop de elite de opstand onder de duim probeert te houden. De hackersorganisatie Anonymous schaarde zich hierop recentelijk achter de protesten en legde onder andere de site van de president plat.

Wat de precieze uitkomsten van de opstanden zullen zijn is nog verre van duidelijk. Zeker is dat de kaarten voor de hele regio op dit moment opnieuw worden geschud, en dat het vuur van verzet zich blijft verspreiden. Bovendien weten de bewoners van Noord-Afrika dat zij hun elites al eerder naar huis hebben gestuurd middels een opstand.