Arbeiders hebben geen belang bij het redden van de euro – Een interview met Costas Lapavitsas

Costas Lapavitsas, hoogleraar economie aan de Universiteit van Londen sprak eind 2011 met Stefan Bornost, hoofdredacteur van het Duitse maandblad Marx21,1 over de crisis in de eurozone.
11 februari 2012

Stefan Bornost: Om te beginnen een kijkje in de kristallen bol. Betalen we in 2015 nog steeds met de euro?

Costas Lapavitsas: Sommige landen zullen waarschijnlijk nog wel met de euro betalen, maar het is hoogst onwaarschijnlijk dat alle huidige leden van de eurozone de munt zullen blijven gebruiken. De euro in zijn huidige vorm is onhoudbaar en zal niet gehandhaafd worden. De druk richting ineenstorting is overduidelijk – de Europese obligatiemarkt zakt ineen omdat financiële investeerders op Duitse obligaties gokken en de andere verkopen uit angst voor waardeverlies. Daardoor drijven ze de rente omhoog en worden staatsleningen en het normale functioneren van financiële instituten in de war geschopt. Als dit proces wordt geïntensiveerd, valt de euro binnen een paar weken.

SB: Merkel maakt een onderscheid tussen de bankencrisis, veroorzaakt door onverantwoordelijke bankiers die de speculatie uit de hand hebben laten lopen, en de schuldencrisis, veroorzaakt door onverantwoordelijke (Zuid-Europese) regeringen die hun schuldenlast uit de hand lieten lopen. Is dit een zinvol onderscheid?

CL: Nee, dat is het niet. Dit is één crisis. Het begon in 2007 in de Verenigde Staten met het knappen van de huizenmarktzeepbel, veroorzaakt door de speculaties van bankiers en andere financiers. Duitse bankiers waren hier ook zwaar in verwikkeld door het kopen van subprime-waardepapieren. Toen de bel barstte, ontstond er een bankencrisis, die leidde tot een wereldwijde recessie. De recessie leidde tot ongekende staatsinterventies, om de banken te redden en de vraag hoog te houden. De enorme publieke schulden in veel Europese landen zijn een directe consequentie van de financiële injecties in 2008-09, toen veel economieën in recessie gingen, niet van staten die ‘te veel geld uitgaven’. Nu zijn weer de banken in gevaar, vooral de Europese, omdat ze veel van de staatsschuld beheren. De crisis van 2007-09 is nooit echt opgelost, noch in Europa noch daarbuiten. Nu er een staatsschuldramp opdoemt voor Europese landen, staan banken wederom bloot aan het grootste gevaar. De cirkel van de crisis is bijna weer rond.

SB: Dat is jouw verhaal. Wat vind je van deze: de Duitsers hebben harde tijden moeten doorstaan met privatiseringen, bezuinigingen en het bevriezen van lonen en met veel pijn en moeite hebben ze hun zaakjes voor elkaar. Ondertussen was de rest aan het flierefluiten en feesten en presenteren ze nu de rekening aan de Duitsers. Die willen dat natuurlijk niet betalen.

CL: Het is heel begrijpelijk dat Duitse arbeiders sceptisch zijn ten opzichte van de euro. Ze willen publiek geld – dat direct en indirect via de belasting uit de lonen en salarissen komt – niet gebruiken om de euro te redden, iets dat op het moment opnieuw het redden van grote banken betekent. Duitse arbeiders zien al meer dan vijftien jaar hun lonen niet of nauwelijks stijgen, vakbondsrechten worden afgebroken en op het welvaartsniveau wordt beknibbeld. De kosten van het sterk maken en het herstructureren van de Duitse economie is door arbeiders betaald. De belangrijkste oorzaak van het competitieve succes en de stijgende export is de verhoogde druk op de arbeiders. Duitsland begon met een sterkere concurrentiepositie dan anderen, maar wist zijn voorsprong uit te breiden door arbeidskosten te bevriezen. Het geheim van het succes is niet grotere productiviteit, algemene effectiviteit of een speciaal vernuft – allemaal platitudes die verbonden zijn met het Duitse kapitalisme. Veel landen in de periferie scoorden veel beter op deze punten. Het Duitse succes was alleen mogelijk door druk op arbeiders en een stagnatie van de lonen.

Daarom is de instinctieve reactie van Duitse arbeiders op het plan om publieke gelden te gebruiken voor het redden van de euro, en dus de banken, goed te begrijpen. Maar ik zou wel willen zeggen dat het een deels onjuiste reactie is. Het is niet waar dat arbeiders in de rest van Europa het de laatste vijftien jaar makkelijk hebben gehad. Druk op werkende mensen is geïntensiveerd in heel Europa en arbeiders hebben over het algemeen meer ingeleverd dan het kapitaal. Andere heersende klassen hebben geprobeerd de Duitsers na te doen, maar waren minder meedogenloos en dus minder succesvol.

Als Duitse arbeiders het moeilijk hebben en boos zijn, moeten ze hun woede op hun eigen werkgevers en overheden richten. Dat zijn de boosdoeners, niet de Griekse, Spaanse of Italiaanse arbeiders.

SB: Volker Kauder van de Duitse Christen Democraten (CDU) zei dat Europa ‘Duits moest leren’ om uit deze puinzooi te komen. Daarmee bedoelde hij dezelfde Duitse bezuinigingen en oriëntatie op export in heel Europa. Is dat een werkbare strategie om uit de crisis te komen?

CL: Nee, het is een recept om de eurozone te vernietigen. De reden voor het Duitse succes is de druk op de arbeiders, dat de Duitse werkgevers een sterkere concurrentiepositie bezorgde. Ze gebruikten dit voordeel voornamelijk om handelsoverschotten in de eurozone te behalen. De eurozone is effectief een binnenlandse markt geworden en dat is dan ook het grootste voordeel van de euro voor de Duitse kapitalisten. Maar als iemand grote overschotten maakt, heeft iemand anders grote tekorten: de schulden in de Europese periferie zijn een afspiegeling van de Duitse overschotten. Deze verstoorde balans is de wortel van de instabiliteit in de eurozone. Als de Duitse heersende klasse verstandig zou zijn, zouden ze dit weer in balans brengen door hun overschotten terug te brengen, bijvoorbeeld door de binnenlandse consumptie te verhogen. In plaats daarvan zeggen ze dat iedereen naar een overschot moet streven. Dat is belachelijk: niet iedere lidstaat van de eurozone kan overschotten hebben, zeker als de euro hoog staat ten opzichte van de dollar waardoor het moeilijk wordt buiten Europa handel te drijven. Iedereen dwingen om de lonen te matigen en dus de koopkracht in de eurozone te verlagen, wat het beleid van de Duitsers lijkt te zijn, staat gelijk aan de fundering leggen voor de vernietiging van de eurozone.

SB: Dat snap ik niet. Waarom zou de Duitse heersende klasse beleid voorstaan dat de eurozone te gronde richt, als ze daar ook haar grootste voordelen vandaan haalt?

CL: Dat vragen veel economen zich ook af. Het is natuurlijk waar dat de Duitse heersende klasse niet uit is op de vernietiging van de eurozone, omdat ze daar grote winsten uit haalt. Maar dat betekent niet dat ze helemaal door heeft wat de tegenstellingen en consequenties zijn van wat ze doet. Het korte termijn nationaal belang kan op lange termijn de stabiliteit van het systeem als geheel bedreigen, zelfs onbedoeld. Ten eerste zal geen enkele heersende klasse vrijwillig de lonen verhogen, omdat ze dan hun concurrentiepositie verzwakken. Ten tweede zijn overschotten een bron van hiërarchische macht in Europa, en Duitse kapitalisten zullen die niet zomaar opgeven – er bestaat nog steeds een soort mercantilisme dat nooit weg is geweest. Door er op te staan dat iedereen ‘Duits’ moet worden, zeggen ze eigenlijk dat landen met tekorten permanent moeten bezuinigen en permanent druk op de arbeiders moeten houden. Ze hopen dat dit leidt tot een nieuw evenwicht op een lager niveau van inkomens in Europa, en misschien na een aantal jaar tot nieuwe voorwaarden voor groei, op de één of andere manier. Maar dat is hoogst onwaarschijnlijk – het is waarschijnlijker dat de eurozone eerst in elkaar stort.

SB: Sommige economen pleiten voor de ‘bazooka’-methode, een agressieve interventie van de Europese Centrale Bank (ECB), door staatsschulden op te kopen en geld te drukken. Zou dat helpen?

CL: Het is tekenend voor de wanhoop van analisten en economen dat ze met rappe schreden een enorme interventie van de ECB willen. Ze hebben zich gerealiseerd dat de crisis veel ingrijpender is dan ze dachten toen Griekenland in 2009 te maken kreeg met moeilijkheden om leningen rond te krijgen. De verschillende ‘oplossingen’ hebben niks opgelost, ook het idee van ‘euro-obligaties’ niet. De grootste mislukking was het Europese Stabiliteitspact (EFSP), en wel om de volgende simpele reden. De kernlanden gaven erg weinig echt geld uit, minder dan honderd miljard euro. Ze bliezen dit bedrag via een hefboomconstructie op tot 440 miljard euro. En in oktober 2011 stelden ze voor dit op eenzelfde manier verder te verhogen tot anderhalf biljoen euro of zelfs meer. Dit idiote plan werd afgeschoten door de Russen en de Chinezen die gevraagd waren deze door het EFSP opgeblazen bedragen te dekken met echt geld. Ze weigerden dit en vertelden de Europeanen dat ze het zelf maar moesten betalen.

Het EFSP heeft niet gewerkt omdat de kernlanden weigeren te betalen voor het redden van andere staten, of de banken van andere staten. Dit is een structurele zwakheid van de Economische Monetaire Unie (EMU), die ook de werkingen van het ECB ten nadele beïnvloedt, die op haar beurt weer de laatste verdedigingslinie van de euro is. Het huidige plan is dat de ECB schulden opkoopt van secundaire markten. Dat zou de rente moeten drukken en de crisis moeten afremmen. Dat is niet zo makkelijk als veel mensen denken en de moeilijkheid heeft weinig te maken met een vermeende Duitse obsessie met hyperinflatie, die klaarblijkelijk sinds het interbellum in het Duitse collectieve onderbewustzijn zit gegrift.

Het heeft veel meer te maken met hoe de ECB zelf in elkaar zit. Het is geen normale centrale bank, gesteund door één staat die instaat voor de schulden van die staat. Het is meer een verzameling van nationale banken, waarvan de Duitse de machtigste is. De bank wordt nu gevraagd om gigantische hoeveelheden staatsobligaties op te kopen, uitgegeven door zeventien staten, waarvan sommige overduidelijk noodlijdend zijn. We hebben het niet over de schuld van één staat opkopen, die meteen ook de sponsor is, zoals in de VS, Groot-Brittannië of Japan. Het risico van de noodlijdende staten zou dan naar de balans van de ECB verschuiven, en gegeven haar structuur, de facto naar de balans van de Duitse Bundesbank. De kredietwaardigheid van de ECB zou dalen, de euro zou bedreigd worden, en het potentiële risico voor de Duitse staat zou stijgen. De Duitse nationale schuld is verre van verwaarloosbaar op dit moment.

Duitsland zal deze eis zo lang als het kan afhouden. Als de obligatiemarkt op slot blijft zitten zou ze haar opstelling natuurlijk moeten verzachten, en toestemming aan de ECB geven om Italiaanse en Spaanse obligaties op te kopen en zo de druk te verlagen. Maar Duitsland weet dat dit geen lange termijn oplossing kan zijn – het is enkel de voorziening van hoognodige liquiditeit, in beperkte omvang, dat nog steeds risico’s met zich meebrengt voor de centrale bank. Als Duitsland zou instemmen met een grootschalige ECB interventie, zou het ook vergaande veranderingen eisen in de fiscale opmaak van de EMU.

SB: Tijdens de laatste Europese top is men tot een lange termijn oplossing gekomen, namelijk tot een gemeenschappelijk Europees economisch en financieel beleid. De Duitse sociaaldemocraten juichten dit toe en verklaarden dat ze dit altijd al wilden. Zijn we getuige van de ‘sociaaldemocratisering’ van Europa?

CL: Absoluut niet. De sociaaldemocraten blijven het Europese project en Europese integratie verkeerd interpreteren. Ze horen de woorden ‘coördinatie’ en ‘staatsinterventie’ en denken dat de Europese Unie een soort Keynesiaans, verzorgingsstaatachtig project is. Ze denken dat als links zich er meer mee bemoeit ze de EU in een progressieve richting kunnen sturen – bijvoorbeeld door een Sociaal Handvest of soortgelijke ideeën te ontwikkelen. Maar dit is nooit het geval geweest en dat is met uitstek zo gebleken in de afgelopen twee jaar. Neem de aanbevelingen van de top. Als er al tot een gemeenschappelijk economisch en financieel beleid gekomen zou worden door de verschillende regeringen – wat ik betwijfel – zou het zeker niet het verhogen van lonen, het uitbreiden van arbeidersrechten, het investeren in de publieke sector om productiviteit te verhogen of het verhogen van het welvaartspeil betekenen. Het zou meer in de richting van de ideeën van Volker Kauder gaan – permanente bezuinigingen, hoge druk op lonen, fiscale discipline van buitenaf opgelegd. Dit is de lange termijn oplossing waar de Duitse heersende klasse mee zou komen en dat is niks om blij van te worden.

SB: Je zegt dat de Grieken uit de eurozone zouden moeten stappen. Dat standpunt plaatst je in Duitsland op de harde, nationalistische rechterflank. Heb je nog iets in je verdediging te zeggen?

CL: Ik hoef mijn lijn over het verlaten van de eurozone helemaal niet te verantwoorden op de manier die je suggereert. Integendeel, officieel linkse partijen in Duitsland en andere Europese landen zouden de lijn die ze hebben gekozen ten opzichte van de eurocrisis, moeten verantwoorden. Volgens mij is het zo dat, in ieder geval in Frankrijk en Duitsland, grote delen van links de kant van Duitse en Franse heersende klasse hebben gekozen. Ze verdedigen de euro. Het grote politieke probleem van het moment in Europa is niet extreem-rechts, in Duitsland noch in Frankrijk. Het probleem is wat Angela Merkel en Nicolas Sarkozy zeggen en doen: het Europese project promoten, het redden van de euro en het veranderen van het institutionele kader daarvan en dat alles ten koste van werkende mensen. Tot mijn verbazing hebben grote delen van Duits links en de Duitse vakbonden, alsmede delen van links in Frankrijk, zich praktisch achter dit beleid geschaard. Ze accepteren dat Merkel en Sarkozy een gemeenschappelijk ‘Europees huis’ bouwen en alleen maar de deuren willen veranderen, de vloer willen polijsten en een nieuwe keuken willen inbouwen. Het lijkt erop dat de grote linkse politieke partijen van Europa niet meer in staat zijn een beleid te formuleren, onafhankelijk van hun heersende klasse.

Het plan van de periferie om uit de euro te stappen gaat over een radicale breuk met klassebelangen en nationale hiërarchieën die Europa nu domineren. De Europees Monetaire Unie is niet een soort Alliantie van Solidariteit, Vrede en Internationale Verdraagzaamheid. De Unie is een mechanisme dat in het leven is geroepen om de belangen van de grote banken en bedrijven van Europa te behartigen. Daarnaast behartigt het ook de belangen van kernlanden als Duitsland en Frankrijk ten koste van periferie-landen als Griekenland, Portugal en Spanje. In standaard marxistische taal is de Unie een imperialistisch mechanisme. De heersende klassen van Duitsland en Frankrijk willen natuurlijk de euro redden – dat betekent echter niet dat het ze ook zal lukken. Het lijkt me dat links, en radicaal links in het bijzonder, moet inzien dat dit de gevechtslinie is en zich daar dus ook moet positioneren. Ze moet zich niet in het spel rond de monetaire unie laten lokken, simpelweg omdat de Europese arbeidersklasse daar geen belang bij heeft. De belangen van de arbeidersklasse moeten voor links op de eerste plaats komen. Als dat het verlaten van de euro betekent, dan is dat zo.

Het is waar dat partijen en organisaties op rechts ook pleiten voor het verlaten van de eurozone. Daarom moet links dit op een progressieve manier doen. Een diepgaande sociale verandering in het belang van de arbeidersklasse zou moeten plaatsvinden in Griekenland en elders in de periferie, en de euro verlaten zou daar een katalysator voor kunnen zijn. Deze transformatie zou het nationaliseren van banken, grotere controle op kapitaal, een diepgaande herverdeling van lonen en rijkdom en democratische controle over industrieel beleid moeten inhouden. Maar het belangrijkste doel zou het bestrijden van werkloosheid en het beschermen van de inkomens en de omstandigheden van werkende mensen moeten zijn. Er zou een radicale breuk met het heersende neoliberale beleid van de afgelopen drie decennia moeten komen. Het verlaten van de eurozone zou een eerste echte slag kunnen zijn tegen de economische globalisering waar we de afgelopen decennia mee hebben moeten leven. Dus zouden Griekenland en andere landen in de periferie een overgangsprogramma moeten aannemen, die de machtsbalans naar de arbeidersklasse zou doen overslaan. Daardoor wordt het eenvoudiger voor socialisme te knokken. Maar dit is onmogelijk binnen het kader van de Monetaire Unie.

Maar als links blijft weigeren de euro aan te pakken en het begrijpelijk eurosceptisme van de Europese arbeidersklasse laat liggen, is het mogelijk dat extreem-rechts daarvan profiteert. Hoe dichter de val van de euro nadert, hoe meer de ideeën van rechts kunnen wortelen onder mensen in Europa, in ieder geval zo lang links niet met een radicaal alternatief komt. We hebben al een voorproefje van dat gevaar gekregen met de belachelijke dingen die in Duitsland over Griekenland worden gezegd en in Griekenland over Duitsland. Dit kan heel lelijk worden als links zich niet herpakt en zich realiseert dat de euro niet is wat het pretendeert te zijn.

SB: Sorry, maar na eeuwen van oorlog in Europa en twee wereldoorlogen, zou links de EU toch als iets progressiefs mogen zien. Welk alternatief bied jij? Terug naar de goede oude natiestaat, zonder iets van een overkoepelende politieke structuur?

CL: Dit argument hoor je altijd, van regeringen, gevestigde partijen, vakbonden en zelfs van links. Wat een onzin. De EU is niet het progressieve project zoals het hier wordt afgeschilderd. Bovendien is de inhoud in de loop der jaren sterk veranderd – de EU van vandaag is niet dezelfde als die van vijftig jaar geleden. Het heeft zich ontwikkeld, met in het bijzonder de monetaire unie, tot een mechanisme dat zich toelegt op het klip en klaar verdedigen van de klassebelangen van de grote bedrijven en het kapitaal. Daarbij komt nog dat, sinds de crisis losbarstte, de EU er twee extreem problematische aspecten bij heeft gekregen.

De eerste is dat de soevereiniteit van een aantal kleinere lidstaten openlijk met voeten is getreden. In verschillende delen van Europa zijn er bezoekjes van comités geweest, gevormd door mensen uit de kernlanden – en met name uit Duitsland – die andere landen vertellen wat ze moeten doen. Ze dicteren het economisch en sociaal beleid. Een tweede, en ernstiger aspect is dat de democratie wordt omzeild. En niet alleen in de periferie. De EU staat sinds lange tijd bekend als voorvechter van de democratie, als een mechanisme om de democratische rechten van Europese burgers te waarborgen. Het blijkt nu dat dat niet het geval is. We zien nu dat de EU, en met name de monetaire unie, een mechanisme is voor het waarborgen van belangen van een gedeelte van Europa, in dit geval van het kapitaal, en die in politiek beleid om te zetten. De bankiers dicteren nu niet alleen het economische beleid, wat ze al een tijd deden, maar ook het politieke proces. Ze stellen premiers en regeringen aan.

Het is niet overdreven om te zeggen dat Europa begint te lijken op de Weimar-republiek in het Duitsland van het interbellum. Er ontstaat steeds meer het idee onder Europeanen dat parlementaire democratie faalt, dat het corrupt is, dat het onder controle staat van mensen buiten het electorale proces en dat het gestuurd wordt door belangen van specifieke sectoren die het liefst per decreet regeren. Er ontstaat een gevaarlijke politieke configuratie. De mensen die de EU verdedigen op basis van beloftes en woorden uit het verleden, moeten goed nadenken over de unie van nu.

Tegen deze achtergrond wil ik benadrukken dat het argument voor het verlaten van de euro niet gebaseerd is op isolationisme, of tegen de eenheid van Europese mensen. Het is meer een argument over de klasse-aard van de monetaire unie, herkennen wat er gebeurt in de EU en actie ondernemen om te vechten voor Europese eenheid. Er kan geen andere Europese eenheid zijn, dan die gebaseerd op de belangen van de arbeidersklasse en de solidariteit van werkende mensen. Daar zou nu shocktherapie voor nodig zijn en die kan alleen maar komen van arbeiders. Dat gevecht moet beginnen in de periferie, maar moet zich verspreiden naar de kernlanden. De rest van Europa kijkt naar de Duitse arbeidersklasse om het binnen- en buitenlands beleid van Merkel en haar regering te trotseren. Actie in Duitsland zou gelijk de druk op de periferie verlagen en een gigantische stap richting een Europese eenheid van onderaf zijn.

SB: Je lijkt te zeggen dat Europees links, met name in de kernlanden – Duitsland en Frankrijk – een onafhankelijke positie ten opzichte van de euro moet innemen tegen hun regeringen. Wat zou die positie moeten zijn?

CL: Je vraagt me een programma te geven voor heel Europees links, bovenop de vraag hoe het verlaten van de euro goed uit kan pakken voor de belangen van de arbeidersklasse. Zo een breed programma kan alleen het resultaat zijn van een debat onder socialisten, die de specifieke omstandigheden van hun land kennen. Maar ik kan wel een paar punten maken over een overkoepelend programma, gebaseerd op het streven naar Europese eenheid.

Allereerst moeten we breken met het Europese project van Merkel en het idee dat de monetaire unie een vehikel voor Europese eenheid is. Het idee van een Europese identiteit is nobel en spreekt Europeanen aan, maar een EU gevormd door een hiërarchische alliantie van kapitalistische klassen is niet de manier om daarnaar te streven. Integendeel, de huidige structuur van de EU zet mensen tegen elkaar op, zoals we gezien hebben tussen de Duitsers en Grieken. We moeten eenheid herdefiniëren, en dat kan alleen op basis van respect voor nationale soevereiniteit en democratie in zowel de kern als de periferie.

Europese eenheid zou gebaseerd moeten zijn op de strijd, de eisen en de ideeën van de werkende mensen – het zou moeten staven op solidariteit van onderaf. Om dat te doen moeten we gemeenschappelijke gebieden van strijd hebben en de crisis geeft ons die mogelijkheid. Er zijn natuurlijk grote nationale verschillen, omdat de crisis anders uitpakt in de periferie dan in de kernlanden, maar er zijn genoeg gebieden die ons binden voor gezamenlijke strijd. We zijn het bijvoorbeeld eens over de noodzaak van het herverdelen van inkomens en welvaart. Duitse arbeiders hebben hogere lonen nodig en de balans van het nationaal product zou naar hen moeten omslaan. Duitsland moet stoppen met zich richten op export ten koste van binnenlandse consumptie. Arbeiders moeten vechten om te breken met het bevriezen van de lonen en het beleid omdraaien dat is opgelegd door de Duitse heersende klasse. Herverdeling is ook belangrijk in de periferie, maar de meest urgente kwestie is de euro. Dus links in de periferie moet vechten voor herverdeling in een context gebaseerd op het verlaten van de eurozone. Links in de kern moet links in de periferie hierin steunen, door fiscale en financiële ondersteuning te eisen, terwijl de periferie haar economie herstructureert. We zijn het ook eens over dat er publiek bezit en controle van de banken en financiële instituten moet zijn. Daarbovenop zou er controle over kapitaalstromen moeten zijn, omdat deze stromen nu niet in het belang van arbeiders zijn. Het is niet zo’n grote stap om te zien dat monetair beleid niet in handen van de zogenaamde experts in Frankfurt moet zijn, die er de laatste jaren een potje van hebben gemaakt. We kunnen geen elitaire ECB gebruiken, die beleid maakt zonder electorale controle.

Het is ook van vitaal belang dat in heel Europa de schulden worden kwijtgescholden. Arbeiders in de kernlanden moeten zich realiseren dat de zogenaamde reddingsoperatie simpelweg leningen zijn aan de periferie, bedoeld om de banken van de kernlanden te redden. De last valt dan op de schouders van de arbeiders van de periferie, die te maken krijgen met werkloosheid en gigantische bezuinigingen op lonen en voorzieningen. Deze dingen kunnen grond zijn voor gemeenschappelijke strijd in Europa, maar ook in delen van de rest van de wereld.

Als arbeiders in kernlanden op een systematische manier deze eisen gaan stellen, dan zullen ze de euro met andere ogen gaan bekijken. Als de Duitse arbeiders grote overwinningen behalen zou ook de Duitse heersende klasse de euro anders gaan behandelen, omdat het dan niet langer zorgt voor structurele groei. Dan is er pas echt een basis voor Europese eenheid in het belang van werkende mensen. Links in de kernlanden en de periferie zijn prima in staat om Europa uit de crisis te halen en tegelijkertijd Europese eenheid te versterken. Maar daarvoor moet het wel de dwangbuis van het gevestigde Europese project afschudden, en met een coherent onafhankelijk programma komen.

Noten

  • 1. Dit interview werd oorspronkelijk gepubliceerd op 29 November 2011 in het Duitse tijdschrift marx21. Het is vertaald naar het Grieks en het Engels. Nederlandse vertaling door Joris Wiegersma.