Egypte: ‘Ondanks de staatsterreur is de revolutionaire stem nog altijd luid’

Terwijl het Egyptische leger bewijst over lijken te gaan om het revolutionaire proces af te remmen, blijven activisten optimistisch over de mogelijkheden voor fundamentele verandering. Het broeit op werkplekken en universiteiten.
18 november 2011

Foto: Demonstranten in Caïro houden borden omhoog met een afbeelding van de Koptische activist Mina Daniël, die op 9 oktober door het leger werd vermoord.

Door Dirk Wanrooy, vanuit Caïro

Zondag 9 oktober geldt als een voorlopig dieptepunt in de voortdurende revolutie. Zesentwintig betogers vonden toen op gruwelijke wijze de dood na een demonstratie van voornamelijk Koptische christenen, die met bloedig militair optreden uit elkaar werd geslagen. Tanks reden over betogers heen.

Sindsdien staan de media vol met analyses over de sektarische verdeeldheid in Egypte en de ‘glorieuze rol van het leger’. Maar de feiten liggen anders. Volgens Ahmed Ezzat, advocaat en lid van de Revolutionaire Socialisten, wordt de sektarische kaart gebruikt om Egyptenaren uit elkaar te spelen. ‘Het leger probeert het revolutionaire proces af te remmen door verdeeldheid en angst te zaaien. Wij moeten hierop reageren door meer mensen te betrekken bij de revolutie en door ons gezamenlijk uit te spreken tegen sektarisme en voor eenheid.’

De aanvallen vonden plaats op een moment dat de revolutie in een minder zichtbare fase verkeert. Op vrijdagen staan er geen honderdduizenden meer op Tahrirplein. Anderzijds wordt er wel door het hele land gestaakt. Ezzat: ‘De universiteiten en talloze werkplekken zijn nu centra van verzet. En dat werd tijd ook. De bezettingen van het Tahrirplein hebben ons heel veel gebracht, maar er moet ook strijd geleverd worden op andere fronten.’

In de maand september vonden meer dan zestig stakingen plaats. Deze gaan vaak over looneisen en betere werkomstandigheden. Maar in veel gevallen wordt er gevraagd om (her)nationalisering of gaat het om de oprichting van een onafhankelijke vakbond.

Met name dat laatste biedt volgens Ezzat perspectieven. ‘Voor de revolutie waren er drie heel jonge, maar onafhankelijke vakbonden. Nu zijn er meer dan honderd. Wij proberen de structuren te bouwen zodat arbeiders daadwerkelijk inspraak kunnen krijgen in hun dagelijkse leven en deze vakbonden een functie vervullen in het politiek landschap.’

Universiteiten

Ook op de universiteiten broeit het. Sinds het moment dat Mubarak aftrad, vinden er op universiteiten door het hele land protesten en bezettingen plaats. Aanvankelijk was het doel om de universiteitsbesturen te zuiveren van leden die loyaal waren aan Mubarak en de heersende partij. Maar de eisen van de studenten richten zich nu ook op andere zaken.

Mahmoud Nawar is een 22-jarige rechtenstudent aan de universiteit van Helwan en is daar een van de leiders van de studentenbeweging. Volgens hem is het aantal activisten op de universiteiten explosief gegroeid. ‘Hoewel politieke activiteit op universiteiten nog altijd verboden is, zijn er in de laatste maanden ontelbaar veel nieuwe partijen en bewegingen opgericht. Deze zijn actief studenten aan het mobiliseren en bundelen geregeld hun krachten om gezamenlijk te vechten voor onder meer een overkoepelende studentenvakbond’, aldus Nawar.

‘Daarnaast proberen we studenten te overtuigen om geen collegegeld te betalen totdat er meer openbaarheid is over waar het geld precies naartoe gaat. We willen niet dat ons collegegeld gebruikt wordt voor andere dingen dan onderwijs.’

Nawar is ondanks de steeds duidelijker repressie van het leger positief over de ontwikkelingen. ‘Een grote groep mensen wacht af, maar accepteert met tegenzin de misstanden onder het militair bewind en hoopt dat de verkiezingen in november verandering zullen brengen.

‘Tegelijkertijd zijn er heel veel mensen die op lokaal niveau vechten voor verbeteringen, zonder bewust te zijn dat zij deel uitmaken van een bredere revolutionaire beweging. Dit zijn vooral arbeiders en leden van de volkscomités in de buurten. Maar al deze mensen maken de revolutie. Wat wij proberen te doen is zoveel mogelijk nieuwe mensen betrekken bij onze activiteiten en waar het kan een leidende rol vervullen.’

Beide activisten zijn zich bewust van de noodzaak van een lange adem. Hoewel ze niet verwachten dat de verkiezingen heel veel verandering zullen brengen, vinden ze allebei een boycot niet gepast.

Ezzat: ‘We moeten middenin het proces proberen te staan en duidelijk maken dat de ware macht ligt bij het geld en de militairen. Dat doen we nu met de campagne Emsek Floel, wat ‘Grijp de Restanten’ (van het regime) betekent. We zoeken uit welke kandidaten in het verleden banden hadden met Mubaraks partij NDP en dat maken we openbaar.’

Hoewel het sluimerende sektarisme de nationale en internationale media domineert, verwacht Ezzat niet dat de verdeel-en-heersmethodes van het leger zullen slagen. ‘De revolutionaire stem is nog altijd luid. Pas als er een burgeroorlog komt, kunnen we zeggen dat hun methode geslaagd is. Tot die tijd vechten we terug, zullen we de revolutie verdiepen en daarin proberen leiderschap te tonen.’