‘De agribusiness ziet een virus als aanvaardbaar risico’

Parijs tijdens de eerste dag van de lockdown (Foto: unsplash/Fran Boloni).
Sinds de uitbraak van het coronavirus zijn regeringen volop bezig met noodmaatregelen. Maar voor structurele oplossingen moet het duidelijk zijn waar we mee te maken hebben en wat de oorzaken zijn. Yaak Pabst sprak met evolutiebioloog Rob Wallace over de gevaren van Covid-19, de verantwoordelijkheid van de agribusiness en mogelijke duurzame oplossingen om infectieziekten te bestrijden.
22 april 2020

Hoe gevaarlijk is het nieuwe coronavirus?

Dat ligt eraan in welke fase van de uitbraak van Covid-19 je zit: aan het begin, bij de piek of in de laatste fase? Hoe goed reageert het gezondheidssysteem in je regio? Hoe oud ben je? Is je immuunsysteem verzwakt? Wat is je gezondheidstoestand? En om er een niet te diagnosticeren mogelijkheid bij te halen: is je immuunsysteem, genetisch gezien, opgewassen tegen het virus of niet?

Aan het begin van de uitbraak overleden in Wuhan tussen de 2 en 4 procent van de Covid-19-patiënten. Buiten Wuhan lijkt de sterfte 1 procent of lager te zijn, maar op andere plekken weer hoger, bijvoorbeeld in sommige plaatsen in Italië en de Verenigde Staten. Dat lijkt niet veel vergeleken met, zeg, SARS met 10 procent, de griep van 1918 met 5 tot 20 procent, de vogelgriep (H5N1) met 60 procent of op sommige plaatsen Ebola met 90 procent, maar het is wel veel hoger dan bij een normale seizoensgriep met 0,1 procent.

Maar het gevaar zit niet alleen in het sterftecijfer. Het gaat ook om de vraag welk deel van de wereldbevolking door de uitbraak wordt getroffen.

Kun je daar wat dieper op in gaan?

Het wereldwijde reisnetwerk is met elkaar verbonden als nooit tevoren. Zonder vaccins of specifieke antivirale middelen voor coronavirussen en zonder groepsimmuniteit voor het virus, kan ook een stam die slechts voor 1 procent dodelijk is een aanzienlijk gevaar met zich meebrengen. Met een incubatieperiode van soms wel twee weken en steeds meer bewijs dat het virus ook kan worden verspreid door mensen die nog niet ziek zijn, zouden weinig plaatsen aan besmetting ontkomen. Als Covid-19 vier miljard mensen besmet en het sterftecijfer 1 procent is, praat je over 40 miljoen doden. Een klein deel van een groot aantal kan nog steeds een groot aantal zijn.

Dat zijn angstaanjagende getallen voor een schijnbaar niet zo virulente ziekteverwekker.

Zeker, en we staan nog maar aan het begin van de uitbraak. Het is belangrijk om te begrijpen dat veel nieuwe infecties in de loop van een epidemie veranderen. Besmettelijkheid en virulentie kunnen allebei afzwakken. Maar er zijn ook uitbraken die virulenter worden. De eerste golf van de grieppandemie in het voorjaar van 1918 was een relatief milde infectie, maar bij de tweede en derde golf in de volgende winter en in 1919 vielen miljoenen doden.

Sceptici stellen dat er veel minder mensen worden besmet en gedood door het coronavirus dan door een typische seizoensgriep. Wat vind je daarvan?

Ik zou de eerste zijn om blij te zijn als deze uitbraak meevalt. Maar deze poging om Covid-19 af te doen als ongevaarlijk door te verwijzen naar andere dodelijke ziekten, in het bijzonder griep, is een retorisch trucje om bezorgdheid over het coronavirus weg te wuiven.

De vergelijking met seizoensgriep gaat dus mank?

Het heeft weinig zin om twee ziekteverwekkers in verschillende fasen van het verloop van hun uitbraak te vergelijken. Seizoensgriep besmet inderdaad miljoenen mensen en eist volgens schattingen van de WHO tegen de 650.000 doden per jaar. Covid-19 begint echter pas aan zijn epidemiologische reis. En anders dan bij griep hebben we geen vaccin of groepsimmuniteit om de besmetting te vertragen en de meest kwetsbare groepen te beschermen.

Ook al is de vergelijking misleidend, beide ziekten worden veroorzaakt door RNA-virussen. Beide ziekten tasten de mond en keel aan en soms ook de longen. Beide ziekten zijn tamelijk besmettelijk.

Dat zijn oppervlakkige overeenkomsten die een belangrijk aspect van de vergelijking missen. We weten veel over de dynamiek van de griep, maar heel weinig over die van Covid-19. Er zijn veel onbekende factoren. Er is heel veel aan Covid-19 dat we helemaal niet kunnen weten tot het tot een volledige uitbraak is gekomen. Tegelijkertijd is het belangrijk te begrijpen dat het niet een kwestie is van Covid-19 tegenover griep. Het is Covid-19 en griep. Het ontstaan van meerdere infecties die tot een pandemie kunnen leiden en bevolkingen aanvallen, zou onze belangrijkste zorg moeten zijn.

Je doet al een aantal jaar onderzoek naar epidemieën en hun oorzaken. In je boek Big Farms Make Big Flu probeer je verbanden aan te tonen tussen intensieve landbouw, biologische landbouw en virusinfecties. Wat zijn je bevindingen?

Het echte gevaar van elke nieuwe uitbraak is het niet begrijpen, of liever gezegd, niet willen begrijpen dat een nieuw Covid-19 geen geïsoleerd incident is. Het vaker voorkomen van virussen is nauw verbonden met de voedselproductie en de winstgevendheid van multinationals. Iedereen die wil weten waarom virussen gevaarlijker worden, moet onderzoek doen naar de intensieve landbouw, met name de veeteelt. Momenteel zijn weinig regeringen en weinig wetenschappers daartoe bereid. Integendeel: bij nieuwe uitbraken zijn regeringen, media en zelfs het grootste deel van het medische establishment zo geconcentreerd op elke afzonderlijke noodsituatie dat ze geen aandacht hebben voor de structurele oorzaken die ertoe leiden dat allerlei marginale ziekteverwekkers plotseling wereldberoemd worden.

Wiens schuld is dat?

Ik had het over de intensieve landbouw, maar er is een grotere context. Het kapitaal verovert wereldwijd de laatste oerbossen en akkers van kleine boeren. Die investeringen veroorzaken de ontbossing en ontwikkelingen die tot het ontstaan van ziekten leiden. De functionele diversiteit en complexiteit die deze enorme stukken land vertegenwoordigen, worden zodanig gestroomlijnd dat ziekteverwekkers die vroeger ingeperkt bleven, overspringen op vee en menselijke gemeenschappen. Kortom, kapitalistische metropolen als Londen, New York en Hongkong moeten worden beschouwd als de voornaamste ziektehaarden.

Voor welke ziekten geldt dat?

Er zijn momenteel geen ‘kapitaalvrije’ ziekteverwekkers. Zelfs de meest afgelegen gebieden worden erdoor beïnvloed, al is het op afstand. Ebola, Zika, de coronavirussen, gele koorts, diverse soorten vogelgriep en Afrikaanse varkenspest zijn enkele van de vele ziekteverwekkers die vanuit afgelegen streken de voorsteden, regionale hoofdsteden en uiteindelijk het wereldwijde reisnetwerk bereiken. Binnen een paar weken van vleerhonden in Congo naar zonnebaders in Miami.

Welke rol spelen multinationals in dit proces?

De aarde is op dit moment vooral een planeet van industriële landbouw, wat biomassa en landgebruik betreft. De agribusiness wil de voedselmarkt beheersen. Bijna het hele neoliberale project is erop gericht om bedrijven in de geavanceerde industrielanden te steunen in hun streven om het land en de hulpmiddelen van zwakkere landen te stelen. Veel nieuwe ziekteverwekkers, die vroeger in bedwang werden gehouden door eeuwenoude bos-ecosystemen, komen nu vrij en bedreigen de hele wereld.

Wat voor impact hebben de productiemethoden van de agribusiness?

De kapitalistische landbouw, die in de plaats is gekomen van meer natuurlijke ecologieën, biedt ziekteverwekkers de middelen die ze nodig hebben om de meest virulente en besmettelijke fenotypen te ontwikkelen. Je kunt geen systeem bedenken dat beter geschikt is om dodelijke ziektes te verwekken.

Hoezo?

Het fokken van genetische monoculturen van gedomesticeerde dieren vernietigt alle mogelijke barrières die de overdracht van virussen kunnen vertragen. Grotere concentraties dieren maken die overdracht makkelijker. Als veel dieren dicht op elkaar staan, verzwakt dat de immuunrespons. De hoge doorvoersnelheid, die kenmerkend is voor alle industriële productie, zorgt ervoor dat er steeds weer vatbare dieren komen, waardoor de virulentie kan toenemen. Met andere woorden: de agribusiness is zo belust op winst dat het ontstaan van een virus dat een miljard mensen kan doden wordt gezien als een aanvaardbaar risico.

Wat?

Deze bedrijven kunnen de kosten van hun epidemiologisch gevaarlijke operaties gewoon afwentelen op de rest van de wereld. Op de dieren zelf, op consumenten, boeren, ecosystemen en overheden. De schade is zo enorm dat als we de bedrijven voor de kosten zouden laten opdraaien, dit het einde van de agribusiness zou betekenen. Geen bedrijf zou de kosten kunnen dragen van de schade die het veroorzaakt.

In veel media werd beweerd dat het coronavirus afkomstig was van een ‘exotische voedselmarkt’ in Wuhan. Klopt die beschrijving?

Ja en nee. Er zijn ruimtelijke aanwijzingen die hierop duiden. Contactonderzoek heeft besmettingen getraceerd naar een markt in Wuhan waar wilde dieren werden verkocht. Omgevingsmonsters lijken te wijzen op de westkant van de markt, waar wilde dieren werden gehouden.

Maar hoe ver terug en hoe uitgebreid moeten we dit onderzoeken? Wanneer is de noodsituatie echt begonnen? De focus op die markt houdt geen rekening met de oorsprong van wilde landbouw in het achterland en de kapitalisatie ervan. Wereldwijd, en in China, wordt wild voedsel steeds meer als een economische sector geformaliseerd. Maar het verband met industriële landbouw gaat verder dan geldelijk gewin. Naarmate de industriële productie van varkens en pluimvee uitbreidt naar oerbossen, wordt druk gelegd op leveranciers van wild voedsel om nog verder in het bos te zoeken naar bronpopulaties. Daardoor neemt het contact met en de overdracht van nieuwe ziekteverwekkers, zoals Covid-19, toe.

Covid-19 is niet het eerste virus dat de Chinese regering in de doofpot heeft geprobeerd te stoppen.

Dat klopt, maar het is geen specifiek Chinees probleem. De VS en Europa zijn ook ground zero voor nieuwe griepvirussen geweest, zoals recentelijk H5N2 en H5Nx, en hun multinationals en neokoloniale vertegenwoordigers hebben het ontstaan van Ebola in West-Afrika en Zika in Brazilië veroorzaakt. Functionarissen in de Amerikaanse gezondheidszorg hebben de agribusiness de hand boven het hoofd gehouden tijdens de uitbraken van H1N1 (in 2009) en H5N2.

De Wereldgezondheids-organisatie (WHO) heeft Covid-19 uitgeroepen tot ‘internationale gezondheidscrisis’. Is dat terecht?

Ja. Het gevaar van zo’n ziekteverwekker is dat gezondheidsfunctionarissen geen kennis hebben van de statistische risicospreiding. We hebben geen idee hoe de ziekteverwekker zal reageren. Binnen enkele weken zijn we van een uitbraak op een markt naar infecties wereldwijd. Het virus zou gewoon kunnen uitdoven. Dat zou geweldig zijn. Maar dat weten we niet. Betere voorbereidingen zouden ons een betere kans geven om de verspreiding van het virus te vertragen.

De verklaring van de WHO maakt ook deel uit van wat ik ‘pandemisch theater’ noem. Gebrek aan daadkracht is eerder internationale organisaties fataal geworden. Denk maar aan de Volkerenbond. VN-organisaties maken zich altijd zorgen over hun relevantie, macht en financiering. Maar nu kan deze actiebereidheid samengaan met de daadwerkelijke voorbereidingen en preventie die de wereld nodig heeft om de verspreiding van Covid-19 in te perken.

De neoliberale herstructurering van de gezondheidszorg heeft geleid tot verslechteringen in het onderzoek en de zorg voor patiënten in bijvoorbeeld ziekenhuizen. Wat zou een beter gefinancierde gezondheidszorg betekenen voor de strijd tegen het virus?

Je hebt het afschuwelijke, maar typerende verhaal van een medewerker van een bedrijf in Miami, dat medische hulpmiddelen produceerde. Toen hij met griepachtige verschijnselen uit China terugkeerde, deed hij wat juist was voor zijn familie en zijn omgeving. Hij liet zich in het ziekenhuis testen op Covid-19. Hij was bang dat zijn minimale Obamacare-verzekering de test niet zou vergoeden. Dat bleek te kloppen. Ineens moest hij 3270 dollar betalen. In de VS zou een eis kunnen zijn dat tijdens een pandemie alle medische kosten voor een test en behandeling van de ziekte moeten worden betaald door de federale overheid. We willen per slot van rekening dat mensen om hulp vragen in plaats van zich schuil te houden en anderen te besmetten omdat ze zich geen behandeling kunnen veroorloven. De logische oplossing is een nationaal gezondheidssysteem met voldoende personeel en middelen om zo’n noodsituatie aan te kunnen. Dan zou een belachelijk probleem als het ontmoedigen van sociaal gedrag niet mogelijk zijn.

Zodra het virus in een land wordt ontdekt, reageren overheden overal met autoritaire en bestraffende maatregelen, zoals een verplichte quarantaine van hele regio’s en steden. Zijn zulke drastische maatregelen terecht?

Een uitbraak gebruiken om de nieuwste methoden van autocratische controle te testen is een extreme vorm van rampenkapitalisme. Vanuit het oogpunt van de volksgezondheid zou ik eerder kiezen voor vertrouwen en compassie, wat belangrijke epidemiologische variabelen zijn. Zonder vertrouwen en compassie verliezen overheden de steun van de bevolking. Een gevoel van solidariteit en respect is cruciaal om de samenwerking tot stand te brengen die nodig is om dit soort bedreigingen samen te overleven. Zelfquarantaine met de nodige steun, met getrainde buurtgroepen die mensen in de gaten houden, met vrachtwagens die voedsel aan huis bezorgen, met vrijstelling van werk en een werkloosheidsverzekering, kan een dergelijke saamhorigheid oproepen, het gevoel dat we het met elkaar moeten rooien.

In Duitsland heeft een nazipartij, de AfD, 94 zetels in het parlement. Nazi’s en andere groepen die banden hebben met de AfD gebruiken de coronacrisis voor hun agitatie. Ze verspreiden valse berichten over het virus en eisen autoritaire maatregelen van de regering, zoals het beperken van vliegreizen, inreisverboden voor migranten, dichte grenzen en gedwongen quarantaines.

Reisverboden en dichte grenzen zijn eisen waarmee radicaal rechts wereldwijd voorkomende ziektes wil racialiseren (aan bepaalde etnische groepen wil toeschrijven, red.). Dat is natuurlijk onzin. Nu het virus zich al overal verspreidt, is het zinniger om te werken aan een gezondheidszorg waarvoor het niet uitmaakt wie zich meldt met een besmetting omdat er genoeg middelen zijn om iedereen te behandelen en te genezen. En natuurlijk moeten we ophouden met het stelen van land in het buitenland, waardoor mensen gedwongen worden tot migratie. Zo kunnen we voorkomen dat ziekteverwekkers ontstaan.

Wat zouden duurzame veranderingen kunnen zijn?

Om nieuwe virusuitbraken te voorkomen, moet de voedselproductie radicaal veranderen. Autonomie voor boeren en een sterke publieke sector kunnen onomkeerbare milieuproblemen en onbeheersbare infecties tegenhouden. Ga een verscheidenheid aan dieren en gewassen produceren – en maak ruimte voor wilde natuur – zowel op het niveau van de boerderij als op regionaal niveau. Laat dieren zich ter plekke voortplanten zodat ze hun beproefde immuniteit kunnen doorgeven. Combineer rechtvaardige productie met rechtvaardige verdeling. Subsidieer voedselprijzen en de koopkracht van consumenten om ecologische landbouw te steunen. Bescherm deze experimenten tegen de dwang die de neoliberale economie mensen en gemeenschappen oplegt en tegen de dreiging van staatsrepressie door het kapitaal.

Wat moeten socialisten eisen nu het risico van uitbraak van ziektes toeneemt?

Er moet voorgoed een einde gemaakt worden aan agribusiness als manier van sociale reproductie, al was het alleen maar vanwege de volksgezondheid. De industriële voedselproductie hanteert praktijken die de gehele mensheid in gevaar brengen, in dit geval door een nieuwe dodelijke pandemie te ontketenen. We moeten eisen dat de voedselproductie gesocialiseerd wordt op zo’n manier dat het ontstaan van gevaarlijke ziekteverwekkers kan worden voorkomen. Dat betekent dat de voedselproductie wordt geïntegreerd in de behoeften van plattelandsgemeenschappen. Het betekent kiezen voor landbouwmethoden die het milieu beschermen evenals de boeren die ons voedsel produceren. Het grote plaatje houdt in dat we de metabolische breuken moeten helen die onze ecologie van onze economie scheiden. Kortom, we hebben een planeet te winnen.

Yaak Pabst is hoofdredacteur van het Duitste socialistische tijdschrift Marx21, waar dit interview oorspronkelijk werd gepubliceerd.

Rob Wallace is evolutionair bioloog en auteur van o.a. Big Farms Make Big Flu: Dispatches on Infectious Disease, Agribusiness, and the Nature of Science. Hij is verbonden aan de universiteit van Minnesota.

Kom naar:
#3 Covid-19, industriële landbouw en het kapitalisme

Derde sessie in een serie van strategische discussies en politieke bijeenkomsten georganiseerd door de klimaatbeweging onder de noemer 'klimaatstrijd in crisistijd'