Bij het overlijden van Marcus Bakker (1923-2009)

Donderdag is voormalig fractievoorzitter van de Communistische Partij Nederland (CPN) Marcus Bakker overleden. Bakkers leven is door en door vervlochten met de naoorlogse geschiedenis van de CPN. Als fractievoorzitter van 1963 tot 1982 dwong hij met zijn scherpe geest respect af bij vriend en vijand. Hij werd voor velen het gezicht van het communisme in Nederland. Als vertrouweling van partijleider Paul de Groot speelde hij met name in de jaren vijftig een uitermate kwalijke rol, waarover hij zich later ook kritisch heeft uitgelaten. Maar in tegenstelling tot vele andere oud-communisten is hij tot aan zijn dood trouw gebleven aan de idealen van het socialisme.
26 december 2009

Door Max van Lingen

De CPN speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een cruciale rol in het verzet tegen het fascisme, met als meest bekende wapenfeit de Februaristaking van 1941, die een keerpunt betekende in de verhouding tussen de bezetter en de Nederlandse bevolking. Marcus Bakker voelde zich al snel binnen het verzet aangetrokken tot het communisme. Na eerst al de communistische verzetskrant De Waarheid illegaal te hebben verspreid werd hij in 1943 lid van de illegale CPN.

De centrale rol van de CPN in het verzet trok ook de aandacht van de bezetter, waardoor de partij tijdens de oorlog door repressie en verraad werd gedecimeerd. De partij was voor de oorlog al geïnfiltreerd door de Nederlandse regionale inlichtingendiensten en deze gingen tijdens de oorlog werken voor de Sicherheitsdienst. Naar mate de oorlog zich meer ten gunste van de geallieerden keerde begonnen delen van het burgerlijk verzet de communisten als een grotere vijand te beschouwen dan de bezetter. Na de oorlog wist de CPN een grote verkiezingswinst te behalen – in Amsterdam werd zij zelfs de grootste partij – maar daarna ging het onder invloed van de Koude Oorlog snel bergafwaarts.

De Waarheid

Marcus Bakker werkte zich in deze periode naar boven, eerst als lokaal redacteur voor De Waarheid en voorzitter van het Algemeen Nederlands Jeugd Verbond (ANJV) en vanaf 1953 als hoofdredacteur van De Waarheid. De CPN speelde onder andere een rol in de campagne tegen de politionele acties en ageerde met name tegen de zending van dienstplichtige militairen naar Indonesië. De partij verloor echter steeds meer aanhang, met als dieptepunt de verkiezingen van 1959 waarbij de CPN slechts drie zetels wist te bemachtigen – een halvering ten opzichte van de voorgaande verkiezingen en slechts een vijfde van de stemmen in de verkiezingen van 1946.

Dit had zowel te maken met het heersende anticommunistische sentiment, als met het politieke isolement waar partijleider Paul de Groot de partij in had gemanoeuvreerd. De Groot was in het partijbestuur gekomen als gevolg van de door Moskou afgedwongen vooroorlogse zuivering. Als fervent stalinist steunde hij het neerslaan van de opstand in Hongarije in 1956 en onderdrukte hij in de eigen partij de interne oppositie met harde hand. Bakker steunde hem in beide zaken en speelde zelf een centrale rol in de aanvallen op de interne kritiek.

Na de ‘destalinisatiekoers’ onder Chroesjtsjov bleef de CPN onder leiding van De Groot onverbiddelijk. De roep om meer democratie binnen de partij werd door middel van het boek De CPN in de oorlog gesmoord in persoonlijke aanvallen, insinuaties en royementen. Als gevolg van het Sino-Russische conflict was De Groot echter ook tot het inzicht gekomen dat beide landen enkel strijd voerden om de macht binnen de internationale communistische beweging en daarmee niet veel anders waren dan hun westerse tegenhangers. In 1963 brak de CPN met Moskou en Peking.

Destalinisatie

Terwijl de destalinisatiekoers in andere West-Europese landen ertoe leidde dat een nieuwe vorm van reformisme – het zogenaamde ‘eurocommunisme’ – werd aangehangen, zorgde het isolement van de CPN voor een zekere gevoeligheid voor druk van onderaf. De partij reageerde niet langer op richtlijnen uit Moskou, maar werd daardoor meer gedwongen te reageren op de Nederlandse maatschappij zelf. Het terugtreden van Paul de Groot als sterke man binnen de partij ten gunste van Marcus Bakker droeg er in belangrijke mate toe bij dat dit ook een succes kon worden.

Een van de meest opvallende kenmerken van de naoorlogse West-Europese communistische partijen was hun onmacht te reageren op de opkomst van de progressieve bewegingen in de jaren zestig. In Nederland echter waren het bijvoorbeeld in 1969 juist arbeiders van de CPN die een brug bouwden naar het bezette Maagdenhuis om de studenten aldaar van voorraden te voorzien. Er was als gevolg van de relatief onafhankelijke koers van de CPN sprake van een kruisbestuiving tussen de progressieve bewegingen en de CPN, die binnen de partij zelf voor een frisse wind aan nieuwe leden zorgde.

Deze wisselwerking was echter niet het gevolg van een diepgaande, structurele koerswijziging binnen de CPN. Met de neergang van de sociale bewegingen van de jaren zestig en zeventig werd het voor de partij daarom ook moeilijker om de wisselwerking met de samenleving in stand te houden. Nadat de CPN in 1977 een gigantische verkiezingsnederlaag te verduren kreeg die alle winst sinds 1963 weer wegvaagde, begon de partij opnieuw toenadering te zoeken tot Moskou.

Val van de Muur

Ondanks de toonaangevende rol van de CPN in de massale betogingen tegen de kernbewapening aan het begin van de jaren tachtig, liep de steun voor de partij steeds verder terug – in een decennium dat zou worden afgesloten met de val van de Berlijnse Muur, als aankondiging van het einde van de Koude Oorlog.

Marcus Bakker had reeds in 1982 het fractievoorzitterschap aan Ina Brouwer overgedragen, die fusiebesprekingen met de PPR, PSP en EVP was begonnen. Deze besprekingen leidden in 1989 tot de oprichting van GroenLinks, dat definitief afstand nam van niet alleen ‘Moskou’, maar van de socialistische ideologie als zodanig. Hoewel huidig GroenLinks-voorzitter Henk Nijhof in zijn partij nog steeds het ‘sociaal engagement’ van de CPN zegt te herkennen, zullen nog maar weinig oud-communisten zich kunnen vinden in de liberale politiek die de partij nu voorstaat.

Zoals de oorlog voor Marcus Bakker de reden was geweest om zich aan te sluiten bij de CPN was oorlog ook de reden om zijn politieke loopbaan te beëindigen. Nadat GroenLinks in 1999 besloot de NAVO-bombardementen op Servië te steunen zegde hij zijn lidmaatschap van de partij op. In een interview dat jaar met de Groene Amsterdammer nam Bakker duidelijk afstand van ‘het socialisme zoals dat in Oost-Europa had bestaan’ – maar van zijn communistische principes heeft hij nooit afstand willen nemen.

Marcus Bakker is 86 jaar geworden.