30 jaar Internationale Socialisten – 1987-1997

Internationale Socialisten op een demonstratie tegen de Golfoorlog, 1990.
Mylène Bolder sprak met de oprichters van de Internationale Socialisten en leden van het eerste uur: Angela Ettema, John Walker en Mark Kilian. Ze doet verslag van de gesprekken en geeft een nostalgisch kijkje in de socialistische keuken.
9 januari 2018

Utrecht, eind jaren 80: Het straatbeeld wordt gesierd door punkers en schoudervulling. Angela Ettema studeert Turks op de Universiteit van Utrecht. Ze is een radicale feministe. Met klasgenoten spreekt ze in de kroeg over het centrum-rechtse kabinet onder Lubbers, Palestina, hervormingen op de universiteit en de kleine studentenprotesten die er af en toe zijn.

Om houvast te hebben, neemt ze contact op met een revolutionair-socialistische partij overzee: de Britse Socialist Workers Party (SWP). Die interesseert Angela omdat ze de strijd tegen racisme, imperialisme en neoliberaal beleid verbindt in antikapitalistische kritiek. Het toeval wil dat het doorgewinterd SWP-lid John Walker vanuit Engeland naar Nederland verhuist. Hij is dan al twintig jaar socialist. Na zijn komst richt hij met Angela en haar marxistische klasgenoot een discussiegroep op. Het groepje besluit discussieavonden te organiseren ondanks de angst dat dit potentieel ‘foute’ mensen zou aantrekken. Daarover zegt John Walker: ‘Het was of géén mensen aantrekken of hopelijk een paar goede mensen ontmoeten en ons trainen in discussies.’

Imperialisme en studentenstrijd

Eind jaren 80 is er een anti-oorlogsbeweging tegen kruisraketten en oorlog in de Perzische Golfregio. Dan breekt plotseling onder hun neus een studentenprotest uit bij de Faculteit van Sociale Wetenschappen in Utrecht, die een bezetting wordt. Het drietal is op dat moment het enige linkse groepje op de Universiteit dat contact zoekt met de studenten. Enkele actievoerende studenten sluiten zich aan en samen gaan ze verder als Groep Internationale Socialisten (GIS). Een van die studenten, op dat moment in het bestuur van de Utrechtse Studentenvakbond USF, is Mark Kilian, nu eindredacteur van de Socialist.

In de eerste jaren bleef de GIS vervlochten met het studentenactivisme, enkele maanden zelfs als meerderheid van het USF-bestuur. Volgens Angela leverde dit grappige taferelen op: ‘Het was een komisch gezicht al die studenten met Staat en Revolutie onder de arm rondlopen in het Utrechtse bestuursgebouw’.

Dat klinkt leuk, maar was volgens Angela en Mark ook een teken dat de studentenbeweging aan het wegzakken was en de doorgewinterde activisten overbleven. Ze verlieten daarom het bestuur en dachten na hoe zij hun eigen organisatie rondom klassenstrijd en socialisme konden opbouwen. Het antwoord hierop was volgens John en Mark het maken van een eigen blad, Internationaal Socialisme.

Blad en interventie

Alle acht leden werden daarmee ook bijna fulltime redactieleden. Hierdoor was de drempel om lid te worden hoog en waren de discussies vooral op intellectueel niveau. Het schrijven over Nederlandse politiek echter trainde hen om het marxisme om te zetten in analyses van de actualiteit. Samen keken ze het nieuws, bezochten demonstraties, maakten het blad en verkochten dat weer op de universiteit, demonstraties en acties. Dit fulltime activisme was mogelijk omdat het schuldenstelsel nog niet bestond, waardoor je langer kon studeren.

Over het verkopen van het blad zegt Mark: ‘We wilden testen of waar we over schreven wel relevant was.’ Intern werkte het maken van de krant mee aan kleur geven aan de organisatie in opbouw. ‘Het maken van de krant is leren nadenken als een strateeg en een helicopterview ontwikkelen.’

Met de krant onder de arm intervenieerde de GIS zichtbaar in de dan opkomende antiracismebeweging en bij protesten rondom de Irak-Iran-oorlog. In Rotterdam waren eind jaren 80 regelmatig protesten en stakingen in de havens. John herinnert zich nog goed hoe hij daar uit solidariteit met een groep studenten naartoe gaat.

Begin jaren 90 sloten ook enkele British American Tobacco fabrieken, ondanks de miljoenen winsten die ze nog steeds maakten. Dit leidde tot een bezetting van de werknemers van de fabriek in Amsterdam. De GIS betuigde wederom solidariteit. Dit waren belangrijke momenten voor de bewustwording van sommige geïnteresseerde studenten buiten de GIS die daarvoor alleen protesteerden tegen onderwijsbezuinigingen.

Daarna groeide de GIS ook in andere steden. Dit was het gevolg van de antiracisme en anti-imperialismebewegingen die opkwamen. De nieuwe leden – studenten, oud-CPN-leden en anarchisten – kwamen via een platform of demonstratie in aanraking met het heldere, intellectuele geluid en het harde werken van de GIS.

Neergang

Mark: ‘Maar een beweging blijft niet gaande als ze geen macht opbouwt. Dus als een beweging wegebt, neemt soms ook het ledenaantal af’. Dat brengt de nodige vraagstukken met zich mee binnen de organisatie. Want met het neergaan van een beweging – een omslagpunt dat overigens moeilijk te herkennen is – ontstaat er ook demoralisatie.

Maar het zijn soms ook doorgewinterde leden die de organisatie verlaten. ‘Als er een beweging opkomt, maakt dit je enthousiast en dan lijkt zo’n beweging soms ook het antwoord te zijn op vraagstukken die er spelen.’ Volgens Mark moet je sterk in je schoenen staan als organisatie, gewaarschuwd hebben voor de onvermijdelijke neergang en plannen hoe je daarmee omgaat.

Tijdens de andersglobaliseringsbeweging waarin de GIS, inmiddels omgedoopt tot het meer toepasselijke Internationale Socialisten (IS) snel in ledenaantal groeide, heerste de ideeën van Negri: als er maar een kritisch gewicht zou worden opgebouwd, val je vanzelf over het systeem heen als een onhoudbare stroom. Mark geeft toe: ‘Ons geluid is toen onder druk komen staan, we vonden het ook moeilijk uit te leggen waarom je lid moest worden’.

De andersglobaliseringsbeweging met leuzen als ‘De wereld is niet te koop’ was enorm en bracht bijna Tony Blair ten val. Maar ook aan deze beweging kwam een einde. De IS focuste opnieuw op haar doel als socialistische organisatie. Gaat dat om het aanjagen van een beweging of om een wezenlijke andere basis? Mark: ‘We zijn een leger van vrijwilligers. We zullen steeds weer proberen het bewuste deel van de arbeidersklasse, samen met andere onderdrukte groepen, te organiseren om uiteindelijk het kapitalisme ten val te brengen.’