Wat is arbeidersmacht?

Geplaatst door redactie socialisme.nu, zaterdag 1 november 2008, 16:55

Als gevolg van de kredietcrisis werden over de hele wereld banken genationaliseerd. Media hadden het over ‘socialistische antwoorden op het falen van de markt’. Een krant plaatste een cartoon van het Amerikaanse vrijheidsbeeld met in de ene hand een sikkel en in de andere Het Kapitaal van Karl Marx. Maar de overnames zijn natuurlijk net zo socialistisch als Bush. Volgens Jelle Klaas zijn marxisten voor een heel ander soort overname dan we nu zien.

Socialisten steunen het nationaliseren van bedrijven door de staat als het gebeurt om banen te redden, of om meer democratische controle te krijgen over goederen en diensten die belangrijk zijn voor ons allemaal. Het is bijvoorbeeld hoog tijd dat de privatiseringen van de zorginstellingen, de energieleveranciers, het openbaar vervoer en de post weer teruggedraaid worden. Waarom moet er immers winst gemaakt worden op de verzorging van mensen, of op het ‘openbaar’ vervoer?

Toch zijn niet alle nationalisaties van bedrijven beter voor de bevolking of de arbeiders die in deze bedrijven werken. De overname van Fortis door de Nederlandse staat was voor Bos op dit moment zogenaamd de enige oplossing nu het bedrijf over de kop dreigde te gaan. Op het moment dat Fortis weer winst zou gaan maken wordt het bedrijf weer verkocht en gaat het op precies dezelfde voet verder.

Controle

Socialisten zijn voor een ander soort overname van bedrijven – door hun eigen werknemers, controle en machtsovername door de arbeiders zelf. Maar kunnen arbeiders wel zelf een fabriek runnen? Kunnen ze zonder de managers blijven produceren?

Neem een fabriek van Philips die spaarlampen produceert. Het nut van de fabriek is dat ze spaarlampen maakt. De baas van de fabriek en de managers zijn echter niet aangesteld om zo goed mogelijk spaarlampen te maken. Ze zullen waarschijnlijk niet eens precies weten hoe die spaarlampen gefabriceerd moeten worden. Hun taak is om zoveel mogelijk winst te halen uit het maken van de spaarlampen. Ze zijn aangesteld in het belang van de aandeelhouders. Zonder de arbeiders in de fabriek zouden ze nog geen fietslampje kunnen produceren, terwijl de arbeiders van de fabriek zonder de baas en managers prima in staat zijn om goede spaarlampen te produceren.

Het zijn dan ook de arbeiders die de rijkdom produceren. Zij zijn degenen die de spaarlampen maken, maar ze zijn ook degenen die daarvóór de machines en fabrieksgebouwen hebben gemaakt om de spaarlampen mee te produceren. Zij zijn degenen die de vrachtwagens gemaakt hebben waarmee de lampen vervoerd worden én ze zijn degenen die de vrachtwagens besturen.

In het hele plaatje van het maken, vervoeren en aan de mens brengen van spaarlampen zijn de types van de gouden handdrukken, topsalarissen, bonussen en aandelen eigenlijk enkel lastige parasieten – ze zijn niet nodig voor het creëren van rijkdom, maar profiteren wel van de arbeid door de meerderheid. Het is theoretisch gezien dan ook logisch als arbeiders de fabriek of het bedrijf overnemen. Maar werkt zoiets ook echt?

Het idee dat het beter is voor de samenleving als de arbeiders hun eigen werkplekken overnemen is niet ontsproten aan het hoofd van Marx of Lenin. Marx zag tijdens de opstand van de bevolking tijdens de Parijse Commune in 1871 dat het – weliswaar voor een korte tijd – mogelijk was de stad zonder bazen, van onderaf te runnen. Lenin en Trotski zagen hetzelfde tijdens de revolutie in Rusland in 1905.

Revolutie

Op het moment dat arbeiders in verzet kwamen en meer gingen eisen dan een paar procent loonsverhoging kregen ze niet alleen hun eigen bazen, maar ook de staat tegenover zich. De arbeiders begonnen zich – genoodzaakt door de omstandigheden – in arbeidersraden (‘sovjets’) te organiseren. Deze arbeidersraden werden democratisch georganiseerd en regelden het runnen van de fabriek, de distributie van de geproduceerde goederen en de verdediging van de fabrieken en wijken. Lenin en Trotski zagen in deze vorm van arbeiderszelfbestuur de socialistische toekomst. Toen de bevolking in 1917 opnieuw in opstand kwam tegen de tsaar was hun leus: alle macht aan de sovjets. De Amerikaanse journalist John Reed was tijdens het uitbreken van de revolutie in Rusland en beschreef het proces van fabrieksovernames. Er was een comitébijeenkomst in een van de fabrieken, waar een arbeider opstond en zei: ‘Kameraden, waarom maken we ons zorgen? Het vraagstuk van de technische experts is niet moeilijk. Vergeet niet dat de baas zelf geen technisch expert was, de baas wist niets van fabrieksprocessen, chemie of boekhouden. Het enige wat hij deed was de baas zijn. Als hij technische hulp nodig had, huurde hij mensen in om dat voor hem te doen. Nou, nu zijn wij de baas. Laten we ingenieurs, boekhouders en ga zo maar door inhuren – om voor ons te werken.’

Helaas duurde de periode van arbeidersmacht in Rusland maar kort – onder druk van de aanvallen van buitenlandse legers, door de burgeroorlog die uitbrak en het niet slagen van de revoluties elders in Europa. De zogenaamde ‘socialistische’ maatschappijen onder leiding van Stalin, Mao en Castro ontbeerden allemaal de cruciale voorwaarde voor zo’n samenleving: arbeidersmacht van onderaf.

Toch waren er ook na 1917 nog veel momenten waarin arbeiders zelf hun bedrijven en fabrieken overnamen, zoals in Duitsland in 1919, Italië in 1920, Spanje in 1936, Hongarije in 1956, Frankrijk in 1968, Chili in 1973, Iran in 1979 en in Polen in 1980.

De schrijfster Maryam Poya beschrijft hoe de arbeidersraden in Iran (‘shora’s’) aan het begin van de revolutie fiunctioneerden: ‘De shora’s oefenden hun macht uit op elk vlak van het fabrieksleven – over aankoop, verkoop, het bepalen van de prijzen van de producten en het aanschaffen van de grondstoffen. Er waren verschillende commissies voor verschillende taken. Gildecommissies voor het naleven van de vakbondseisen over lonen, omstandigheden, verzekeringen, gezondheid en veiligheid. Communicatiecommissies om het contact met de shora’s in andere fabrieken te onderhouden. Vrouwencommissies, bestaande uit enkel vrouwen, om de specifieke eisen van vrouwen naar voren te brengen – vooral in de chemische industrie en de textielindustrie, waar de meerderheid van de arbeiders vrouw was.’

Fabrieksovernames

Ook in de afgelopen jaren kunnen we meerdere voorbeelden zien van fabrieksovernames en echte arbeidersmacht. In Bolivia en Argentinië bijvoorbeeld worden als gevolg van massale opstanden in de afgelopen jaren nog steeds enkele bedrijven gerund door arbeiders zelf. In Egypte kwam er afgelopen periode een brede stakingsbeweging op gang waarbij mannen en vrouwen tal van fabrieken stil legden en de controle over de productie overnamen.

Echt socialisme – van onderaf – bestaat uit een samenleving waarin arbeidersraden op lokaal, nationaal en internationaal niveau samenwerken en plannen. Het kan nooit bij één fabriek of land blijven, maar het kan er wel beginnen. De kiemen van zo’n maatschappij zijn dan ook in elke staking aanwezig, in elke strijd waarin arbeiders beginnen een stuk controle terug te grijpen over de productie en hun leven. De kiemen van socialisme liggen dan ook niet in ‘nationalisatie’ door Wouter Bos, maar in de overname door onszelf.

Tags: , , , , .

overig nieuws:

oudere artikelen

bij dit artikel:

pagina afdrukken

 

zoeken:

agenda:

meer data

nu te koop:

One Solution Revolution

One Solution Revolution! Bestel hier voor maar: los € 2,- / per post € 3,-!

schrijf je in voor onze nieuwsbrief:

* = verplicht veld

actuele thema's:

meer thema's

meer nieuws in de socialist van mei:

De Socialist van mei is uit! Drie maanden op proef voor maar € 3,-!

socialisme.nu - internationale socialisten - colofon
op de inhoud van deze website is een creative commons-licentie [by-nc-sa] van toepassing. cms: wordpress