Karl Marx over het vrije woord en de vrije samenleving

Geplaatst door redactie socialisme.nu, woensdag 24 maart 2010, 11:41

Weinig leuzen worden zo systematisch misbruikt als de ‘verdediging van de vrijheid van meningsuiting’. Wilders presenteert zichzelf als martelaar van het vrije woord, maar roept tegelijkertijd op tot het verbieden van de Koran, en pleitte er bijvoorbeeld voor met scherp te schieten op antikapitalistische demonstranten bij de G8-top in Rostock. Waar staan socialisten in dit debat? In een vroege serie artikelen van Karl Marx over persvrijheid en censuur zijn essentiële argumenten te vinden over ‘het vrije woord’.

Door Pepijn Brandon

Socialisten hebben een lange geschiedenis van praktische strijd voor vrijheid van meningsuiting – niet alleen in fascistische, stalinistische en andere dictaturen, maar ook in landen als Nederland met een oude traditie van parlementaire democratie. De Sociaal Democratische Bond (SDB) van Domela Nieuwenhuis eiste in haar programma uit 1882 ‘afschaffing van alle wetten, die de vrije uiting van mening in pers en vergaderingen, het vrije denken en het openbaar onderzoek beperken.’

Maar die eis lag zeker niet voor het grijpen. Domela zelf kreeg gevangenisstraf wegens de uitgave van een satirisch pamflet over ‘Koning Gorilla’ Willem III. Pogingen van de SDB om arbeiders te organiseren werden steevast begroet met arrestaties, en vaak met politiecharges met de sabel. Alleen de groeiende aanhang van vakbonden en socialistische partijen dwong de autoriteiten om stukje bij beetje deze rechten prijs te geven.

Demonstratie- en stakingsrecht

Ook nu is die vrijheid verre van gegarandeerd. Het demonstratie- en stakingsrecht bijvoorbeeld liggen regelmatig onder vuur. Bij grote internationale topontmoetingen is het inmiddels normaal geworden dat de autoriteiten het hele spectrum van ‘anti-terreurwetgeving’ uit de kast halen om protest onmogelijk te maken. De middelen die de autoriteiten daarbij tot hun beschikking hebben zijn in korte tijd schrikbarend uitgebreid, mede dankzij de voortdurende campagnes van politici als Wilders.

De pogingen van diezelfde politici om het thema van de vrije meningsuiting voor zichzelf op te eisen, dwingen socialisten om dieper na te denken wat we precies onder die vrijheid zouden moeten verstaan. Karl Marx schreef hierover al in 1842 een reeks artikelen. Daarin gaf hij commentaar op de debatten over persvrijheid in het Pruisische parlement. Hij was nog maar 24 jaar oud en redacteur van een liberaal-democratische krant. Ondanks dat bevatten deze artikelen een aantal inzichten die wezenlijk verder gingen dan die van de liberale verdedigers van de vrije meningsuiting in zijn eigen tijd en de onze.

De eerste opmerkelijke constatering van Marx was dat censuur door de staat er niet voor zorgt dat niemand in het land vrijheid van meningsuiting heeft. Integendeel, staatscensuur zorgt ervoor dat de vrijheid van meningsuiting voor de woordvoerders van die staat absoluut is. Alle vrijheid om zich uit te spreken is in hun handen geconcentreerd, omdat hun tegenstanders niet vrij zijn hen te bestrijden.

Dit woordenspel was niet uitsluitend ironisch bedoeld. Het was een uiting van zijn inzicht dat vrijheden geen abstracte, in de lucht zwevende begrippen zijn. Vrijheid is verbonden met macht, strijd, en vooral politieke invloed onder ‘het volk’ – een term die Marx in deze vroege fase nog gebruikt zonder onderscheid te maken tussen klassen. De Pruisische regering was vrij, omdat de Pruisische bevolking onvrij en machteloos was.

Er is een directe parallel met de manier waarop ‘vrijheid van meningsuiting’ vandaag de dag wordt ingezet. Hoewel hij zijn tegenstanders nog niet kan censureren, komt de vrijheid die Wilders voor zichzelf opeist neer op vrijheid om niet tegengesproken te worden. En terwijl liberale tegenstanders als Pechtold en Halsema de confrontatie met Wilders hierover vooral zien in termen van intellectueel debat, gebruikt Wilders zelf debat uitsluitend als middel voor het opbouwen van politieke macht. Net als de Pruisische staat is ook Wilders hierin de ‘realistische’ partij. Marx riep de voorvechters van echte vrijheid dan ook met een citaat van Herodotes op om hun strijd ‘niet alleen met lansen’ (een heel beleefd middel), ‘maar ook met bijlen’ (opstand en revolutie) te voeren.

Economische censuur

Marx zag deze strijd in 1842 nog vooral als een politieke, en niet als een sociaal-economische strijd. Toch had hij toen al oog voor de manier waarop economische ongelijkheid de mogelijkheden voor echte vrije meningsuiting voor de meeste mensen beperkt. Een volksvertegenwoordiger had gewezen op het liberalere Frankrijk om te bewijzen dat ook ‘een gebrek aan censuur’ kon leiden tot slechte journalistiek. Marx antwoordde dat de Franse pers niet te vrij was, maar juist niet vrij genoeg. ‘Weliswaar staat ze niet onder geestelijke censuur, maar ze staat wel onder een materiële censuur’. Door hoge financiële eisen te stellen voor het oprichten van een krant, werd de journalistiek ‘in de sfeer van de handelsspeculatie getrokken’.

Deze verwijzing naar ‘handelsspeculatie’ was niet een vorm van complotdenken, maar een uiterst praktische kwestie die ook vandaag geldt. Alle grote dagbladen zijn in handen van twee of drie grote multinationals. Het zou nogal naïef zijn te veronderstellen dat dit geen enkele invloed heeft op de ruimte die kranten geven aan, bijvoorbeeld, kritiek op het gedrag van grote multinationals. Die censuur is misschien subtieler dan die van de staat, maar niet per se minder effectief.

Tegenover een liberaal die betoogd had dat de pers net zo vrij moest zijn als het bedrijfsleven, stelde Marx dan ook: ‘De eerste vrijheid van de pers bestaat uit de vrijheid om geen bedrijf te zijn’. Vrijheid van meningsuiting kan niet compleet zijn zolang de middelen om die mening uit te dragen grotendeels in handen zijn van de economische elite en hun betaalde woordvoerders, zelfs als die woordvoerders beweren dat ze de stem vertolken van ‘de hardwerkende Nederlander’.

Voor Marx was het vrije woord alleen gegarandeerd in de vrije maatschappij. Misschien wel de belangrijkste opmerking gaat dan ook over de relatie tussen de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid in het algemeen. ‘Elke gedaante van de vrijheid veronderstelt de andere, net als het ene deel van het lichaam het andere. (...) Vrijheid blijft vrijheid, of ze zich nu uitdrukt in drukinkt, in grond en bodem, in het geweten, of in een politieke vergadering’.

Die vrijheden hebben socialisten sinds Marx inderdaad ‘met lansen en bijlen’ verdedigd als deel van de strijd voor democratische rechten in het algemeen, de vrijheid om niet gediscrimineerd te worden wegens afkomst, sekse of geloof, de vrijheid om te werken, studeren en menswaardig te leven. Dat is dan ook het meest fundamentele verschil met Wilders, voor wie de eigen vrijheid van meningsuiting alleen maar een middel is om al die andere vrijheden in te perken of af te schaffen.

Tags: , , , , , , .

overig nieuws:

oudere artikelen

bij dit artikel:

pagina afdrukken

 

zoeken:

agenda:

meer data

nu te koop:

Marx voor beginners

Marx voor beginners! Bestel hier voor maar: 3,-!

schrijf je in voor onze nieuwsbrief:

* = verplicht veld

meer nieuws in de socialist van mei:

De Socialist van mei is uit! Drie maanden op proef voor maar € 3,50!

socialisme.nu - internationale socialisten - colofon
op de inhoud van deze website is een creative commons-licentie [by-nc-sa] van toepassing. cms: wordpress