Massastaking, partij en vakbonden

Geplaatst door redactie socialisme.nu, zondag 3 januari 2010, 10:10

In tijden van crisis roepen machthebbers graag dat we ‘allemaal onze broekriem moeten aanhalen’. De crisis wordt veroorzaakt door ‘de internationale economie’, en als deze slecht draait is de ruimte om te manoeuvreren ‘beperkt’. We moeten dan afwachten ‘totdat de markt weer aantrekt’. Het suggereert een kloof tussen economie en politiek, die ook door linkse partijen en vakbondsbestuurders in stand wordt gehouden. Volgens Bram Wanrooij laat de geschiedenis zien hoe vals die scheiding werkelijk is.

De industriële revolutie aan het einde van de achttiende eeuw gaf de productie voor het eerst een collectief, massaal karakter. Grote groepen arbeiders werden samengebracht in omvangrijke productiecentra: de fabrieken. Hoewel zij met hun arbeid zelf de welvaart van de maatschappij produceerden, plukten ze hier niet of nauwelijks de vruchten van. Fenomenen als stakingen, bezettingen en vakbondsorganisatie kwamen op en werden de wapens waarmee arbeiders collectief vochten voor betere arbeidsvoorwaarden.

Deze emancipatoire strijd verliep bijzonder ongelijkmatig. Uitbarstingen van protest zoals het vernielen van machines wisselden zich af met het stapsgewijs opbouwen van eigen organisaties als vakbonden en politieke partijen. In die tijd waren de twee belangrijkste stromingen in de arbeidersbeweging de socialistische en de anarchistische.

Anarchisten wezen politieke strijd af en stelden dat vakbondsstrijd en stakingen automatisch zouden leiden tot de zelfemancipatie van arbeiders. Om deze reden wezen zij zowel parlementaire activiteiten als vakbondsorganisaties af. Veel socialisten waren daarentegen van mening dat politiek activisme centraal zou moeten staan. Ze stonden daarom aanvankelijk afwijzend tegenover directe acties zoals de staking. Zij waren bang dat de spontaniteit van stakingen de met moeite opgebouwde zelforganisatie in gevaar zou brengen. Beide opvattingen werden echter door concrete gebeurtenissen in de loop van de geschiedenis ingehaald.

Radicalisering

Aan het begin van de twintigste eeuw vonden in heel Europa massale stakingen plaats. In België, Luxemburg, Zweden, Italië en ook in Nederland legden arbeiders in groten getale het werk neer. In Duitsland raakte meer dan een half miljoen arbeiders betrokken bij stakingen.

Wat in Rusland in 1905 begon als een staking van spoorwegarbeiders creëerde een maatschappelijke inktvlek en zorgde voor de radicalisering van duizenden arbeiders en het ontstaan van een revolutionaire situatie. De confrontatie met tsaristische troepen die de demonstraties uit elkaar schoten bracht de arbeiders tot het inzicht dat de dictatuur als geheel zou moeten verdwijnen. Met andere woorden: de aanvankelijk economische eisen ontwikkelden zich in snel tempo tot politieke eisen.

Socialisten stortten zich in de beweging en werden gedwongen hun ideeen in de strijd aan te passen. Geïnspireerd door de revolutie in Rusland publiceerde de Poolse socialist Rosa Luxemburg in 1906 haar invloedrijke pamflet Massastaking, partij en vakbonden. Hierin dicht zij de massastaking een centrale rol toe in het revolutionaire proces en de zelfemancipatie van de arbeidersklasse. De staking, zo beargumenteert zij, vernietigt de barrière die in ‘normale tijden’ bestaat tussen de economische strijd, waarvan vakbonden de uitdrukking vormen, en de politieke strijd, die voornamelijk uitgevochten wordt in het parlement. Economische stakingen zetten druk op de politieke arena en andersom. Niet alleen krijgt de staking hiermee een belangrijke rol, het wordt de cruciale brug tussen de reformistische strijd om hervormingen enerzijds en de revolutionaire strijd voor de verandering van de maatschappij anderzijds.

Volgens Luxemburg is dit een patroon dat terugkeert in iedere revolutie, maar is het ook te herkennen in strijd die niet meteen massale vormen aanneemt. Economische conflicten betrekken nieuwe arbeiders bij de strijd. Diegenen die het meest onderdrukt en het minst georganiseerd zijn zullen in eerste instantie niet de neiging hebben om geactiveerd te worden rond ‘politieke’ campagnes. Zij zullen eerder bereid zijn hun dagelijkse brood te verdedigen of in actie te komen tegen ontslagen en bezuinigingen. Maar in die strijd worden ze geconfronteerd met de beperkingen van het heersende economische en politieke systeem. Acties worden door de rechter verboden, politieke partijen laten hen in de steek of verklaren zich solidair. In dat proces groeit de politieke bewustwording en radicalisering.

Tweerichtingsverkeer

Rosa Luxemburg onderstreept dat dit tweerichtingsverkeer is. Ook politieke strijd voor gelijke rechten bijvoorbeeld kan gepaard gaan met het stellen van economische eisen voor de verbetering van de levensstandaard. Niet alleen geeft ieder politiek conflict de ruimte om te vechten voor economische verbeteringen, ook kan hierdoor de strijdbaarheid van arbeiders toenemen. In lijn daarmee kan een massastaking resulteren in ontelbare kleinere conflictjes op verschillende bedrijfsvloeren over arbeidsvoorwaarden en dergelijke.

Suggereert Rosa Luxemburg ook dat een massastaking spontaan het klassenbewustzijn van de arbeidersklasse doet ontvlammen? In haar pamflet lijkt ze een dergelijke ontwikkeling te voorspellen. Als de massastaking de arbeiders eenmaal verenigd heeft, moet daar volgens haar bijna onvermijdelijk een opstand uit voortvloeien. Hoewel ze zijdelings het gevaar onderkent van het bestaan van een laag conservatieve vakbondsleiders, stelt ze dat deze vanzelf aan de kant zullen worden geschoven. Hiermee wordt onderschat welke afremmende rol de vakbondsbureaucratie kan spelen, en wordt ook voorbij gegaan aan het belang van de interventie van een revolutionaire partij in de koers van de strijd.

Als we terugkijken op de laatste eeuw bleek keer op keer dat alleen een serie stakingen, hoe massaal ook, niet genoeg was om structurele verbeteringen af te dwingen. De revolutionaire energie van de arbeidersklasse moet tot een collectief gesmeed worden, worden vastgehouden en uitgebouwd. Een revolutionaire partij doet dit door het meest strijdbare deel van de klasse te organiseren, en vervolgens nieuwe mensen te betrekken bij de strijd. De partij incorporeert bovendien belangrijke lessen uit het verleden, zoals die van Luxemburg, en die van over de grenzen.

Voor revolutionair-socialisten zoals de IS zijn economische en politieke eisen dan ook nooit van elkaar gescheiden, maar vormen ze twee fronten van dezelfde strijd. Daarom nemen we geen genoegen met uitsluitend activiteit in de vakbeweging of binnen de kaders van een reformistische partij of verkiezingscampagnes. Afhankelijk van de omstandigheden staat de ene keer vakbondsstrijd op de voorgrond, de andere keer zijn we gedwongen prioriteit te geven aan het stoppen van racistische aanvallen of een oorlog. Maar om tot een fundamentele verandering te komen van de kapitalistische maatschappij, en de scheiding tussen het economische en politieke definitief op te heffen, kunnen die verschillende terreinen nooit los van elkaar staan.

Lees meer over de ideeën van Rosa Luxemburg in Hervorming of Revolutie. Het boek is vertaald en ingeleid door Pepijn Brandon en verkrijgbaar bij LeesLinks.

Tags: , , , .

overig nieuws:

oudere artikelen

bij dit artikel:

pagina afdrukken

 

zoeken:

agenda:

meer data

nu te koop:

One Solution Revolution

One Solution Revolution! Bestel hier voor maar: los € 2,- / per post € 3,-!

schrijf je in voor onze nieuwsbrief:

* = verplicht veld

actuele thema's:

meer thema's

meer nieuws in de socialist van mei:

De Socialist van mei is uit! Drie maanden op proef voor maar € 3,-!

socialisme.nu - internationale socialisten - colofon
op de inhoud van deze website is een creative commons-licentie [by-nc-sa] van toepassing. cms: wordpress