In een baanbrekende herinterpretatie van de rol van mainstream-feminisme laat Hester Eisenstein zien hoe de heersende elites van ontwikkelde landen gebruik maken van de arbeid van vrouwen, en de ideeën van bevrijding en empowerment van vrouwen, om hun eigen economische en politieke macht te handhaven, zowel thuis als in het buitenland.
Haar onderzoek bestrijkt de gebieden van de afschaffing van de 'sociale zekerheid zoals we die kennen' en het einde van het gezinsloon in de Verenigde Staten, tot de oprichting van export-verwerkingszones in het zuidelijk halfrond die afhankelijk zijn van de 'lenige vingers' van vrouwen ; en van microkrediet als zogenaamd pad naar empowerment van vrouwen in het Zuiden tot de claim van zogenaamde vrouwenbevrijding in het westen als ideologisch wapen in de oorlog tegen 'terrorisme'.
Eisenstein daagt activisten en intellectuelen uit om te erkennen dat het internationale feminisme op een beslissende tweesprong staat, en stelt dat het van cruciaal belang is voor feministen om een bondgebootschap te sluiten met de progressieve krachten die op zoek zijn naar alternatieven voor het kapitalisme.